Gepubliceerd op
De terrassen lopen in trappen omlaag tot waar de rotsen beginnen. Bij noordenwind staat er flink wat water tegen die kust. Foto: Vicenç Salvador Torres Guerola, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons
Banyalbufar hangt aan de westkust van Mallorca op honderd meter boven zee, en alles wat je er ziet is met de hand gemaakt. De hele helling onder het dorp is opgedeeld in terrassen, honderden, en ze worden stuk voor stuk overeind gehouden door muren van losse steen zonder een korrel specie. Daaronder, uit het zicht, ligt een waterstelsel dat de Moren hebben aangelegd en dat nog steeds werkt. Het dorp telt 573 inwoners. De terrassen zijn er met ongeveer tweeduizend ruim in de meerderheid.
Wat de naam verraadt
Banyalbufar komt uit het Arabisch, van banya en bahar, wat zich laat lezen als gebouwd aan zee. De nederzetting gaat terug op de tiende eeuw, toen Mallorca onder islamitisch bestuur stond, en het zijn diezelfde bewoners geweest die het dorp zijn vorm gaven. Zij stapelden de stenen die ze uit de akkers haalden tot muren, en die muren houden sindsdien de aarde en het water op hun plaats.
Dat waterstelsel is het eigenlijke wonder. Uit de bergen achter het dorp wordt bronwater via aquaducten naar beneden gebracht, verdeeld over goten en opgevangen in bekkens die over de hele helling verspreid liggen. Het meeste ervan dateert uit de Arabische periode. Het verklaart waarom op zo’n steile, zonnige kalkrots eeuwenlang wijn, graan, olijven en saffraan verbouwd konden worden, en waarom de Serra de Tramuntana als cultuurlandschap op de werelderfgoedlijst staat en niet als natuurgebied.

Na de Catalaanse verovering van 1229 kwam het gebied in handen van Gilabert de Cruïlles en Ramon sa Clusa, en werd het een baronie met vrijwel onbeperkte macht die tot in de vijftiende eeuw standhield. Die geschiedenis zit nog in de straatnamen en in het gebouw dat in het dorp sa Baronia heet.
Het dorp zelf: kerk, baronie en een plein
Banyalbufar is in een half uur rondgelopen en dat moet je ook doen, want vanaf de doorgaande weg zie je er niets van. Het hart is het Plaça de la Vila met de parochiekerk van la Nativitat de Maria, die teruggaat op de veertiende eeuw: een middenschip met zijkapellen en, volgens de plaatselijke beschrijvingen, een barokorgel waar men hier terecht trots op is.
Recht tegenover de kerk staat sa Baronia, het landhuis dat eraan herinnert dat dit dorp eeuwenlang een baronie was. Het gebouw stamt uit de zestiende of zeventiende eeuw, afhankelijk van welke bron je volgt, heeft een binnenplaats met een put en een kloostergang, en is inmiddels een hotel. De binnenplaats is te bezoeken.
Het dorpsfeest valt van 1 tot en met 8 september, rond de geboorte van Maria, met een processie, een plechtige mis en een ontvangst op het plein. Dat is het moment waarop het dorp van 573 mensen ineens vol staat.
Loop ook even naar een van de safareigs, de gemetselde waterbekkens die het bronwater opvangen voordat het over de terrassen wordt verdeeld. Een deel van wat je nu ziet is tussen 1915 en 1930 gebouwd, bovenop een stelsel dat veel ouder is. Pas als je er een hebt gezien, snap je hoe het water hier eigenlijk werkt.
De wijn die bijna verdween
Op die terrassen groeide eeuwenlang maar één ding dat er echt toe deed: malvasia. De druif wordt in verband gebracht met het Griekse Monemvasia, en de zoete wijn die ervan gemaakt werd ging naar het hof van Aragón. Volgens een van de bronnen produceerde de dorpscoöperatie in de zestiende eeuw vijfentwintigduizend liter per jaar. Op Mallorca kwam de variëteit vrijwel uitsluitend in deze streek voor.
Toen kwam de druifluis. De malvasia bleek er slecht tegen bestand, en in 1891 werd het aanplanten van wijnstokken in dit deel van het eiland stopgezet. Daarmee verdween in één klap de economische reden voor al die terrassen. Het dorp liep leeg: in 1920 woonden er nog 894 mensen, nu zijn het er 573.
Het herstel ging langzaam en nauwkeurig. Pas in 1999 lukte het, met steun van de Balearische overheid, om virusvrije malvasiaklonen te kweken, en in 2006 kreeg de malvasia van Banyalbufar als eerste en tot nu toe enige in Spanje een eigen gezondheidscertificaat. Er wordt weer wijn gemaakt, in kleine hoeveelheden, door onder meer Son Vives en Ca’n Pico. Wie het wil proeven kan dat ter plekke; hoe wijnproeven op het eiland in het algemeen werkt, staat in wijnproeverij op Mallorca.
Op de terrassen die niet terug naar de wijn gingen, groeit nu vooral de ramallet-tomaat, de kleine tros die je op Mallorca aan keukenmuren ziet hangen en die de hele winter goed blijft. Het is de tomaat die over het geroosterde brood van pa amb oli gaat.
Torre des Verger: de bekendste wachttoren van het eiland
Twee kilometer ten zuiden van het dorp staat aan de Ma-10 een ronde toren op een rotspunt die recht de zee in steekt. Het tegeltje bij de ingang geeft het jaartal: 1579. De Torre des Verger was onderdeel van de keten van wachttorens die langs de hele kust van Mallorca werd gebouwd en die elkaar met vuur en rook waarschuwde voor naderende kapers.

De toren heet ook Torre de ses Ànimes, de toren van de zielen, en dat is de naam die je op de wegwijzers ziet als Mirador de ses Ànimes. Aartshertog Lodewijk Salvator van Oostenrijk kocht hem in 1875, en in 1955 is hij gerestaureerd. Je kunt er gratis in en bovenop, over een trap die kort maar ongelijk is. Het uitzicht over de kust richting Sa Foradada en Valldemossa is de reden dat er altijd auto’s staan.
Parkeren is daar het probleem: er zijn maar een paar plekken langs de weg en bij zonsondergang zijn ze allemaal bezet. Kom in de ochtend, of loop vanuit het dorp.
Het strand en Port des Canonge
Banyalbufar heeft een eigen badplek, maar reken niet op zand. Onder het dorp ligt een kleine kiezelstrook die je over een steile trap bereikt, met water dat meteen diep is en bij noordenwind flink kan staan. Het is mooi, het is klein, en het is geen strand om een dag met kinderen door te brengen.
Iets verderop langs de kust ligt Port des Canonge, een gehucht van tweeënzestig inwoners met een handvol botenhuizen, een kiezelbaai en een restaurant. Je komt er via een smalle weg die van de Ma-10 afbuigt en in haarspeldbochten naar beneden gaat. Het is het soort plek waar de weg ophoudt en daar niemand zich aan stoort.
Hoe je er komt
Banyalbufar ligt aan de Ma-10, de bergweg die van Port d’Andratx naar Pollença loopt. Vanaf Palma rijd je er in ongeveer drie kwartier heen, via Esporles of via Estellencs. De weg is smal en bochtig en in het hoogseizoen zit je achter campers; dat hoort erbij.
Parkeren in het dorp zelf is beperkt tot een paar plekken langs de doorgaande weg. Met de bus kom je er ook, vanaf Palma via Esporles. Een taxi de bergen in kost extra: Banyalbufar valt in de tweede bergzone, waarvoor een toeslag van 4,26 euro geldt, zoals we uitleggen bij taxi op Mallorca. Rij je zelf, dan staat in auto huren op Mallorca waar je op moet letten.
Wandelen vanuit het dorp
Dit is wandelgebied van de eerste orde. Vanuit Banyalbufar loop je over oude paden naar Esporles, naar Port des Canonge en naar de hoger gelegen landgoederen, en de GR221 loopt vlak langs het dorp. Het mooie van hier wandelen is dat je de terrassen van binnenuit ziet: de muren, de goten, de bekkens. De routes op het eiland staan in wandelen op Mallorca.
Wanneer je moet gaan
De lente is hier het mooist, als de terrassen groen staan en de hellingen na de winterregens nog vol water zitten. Oktober en november zijn ook goed. In de zomer is het dorp warm en smal, en de weg ernaartoe druk. In de winter is het stil en kan het hard regenen; dit is het natste deel van het eiland.
Veelgestelde vragen over Banyalbufar
Waarom liggen er zoveel terrassen bij Banyalbufar?
Omdat er anders niets te verbouwen viel. De helling is te steil voor akkers, dus legden de bewoners vanaf de tiende eeuw terrassen aan, gestut door muren van losse steen, met een waterstelsel uit de Arabische periode dat bronwater over de helling verdeelt. Er zijn er ongeveer tweeduizend.
Wat betekent de naam Banyalbufar?
Hij komt uit het Arabisch, van banya en bahar, wat zich laat lezen als gebouwd aan zee. De nederzetting gaat terug op de tiende eeuw, toen Mallorca onder islamitisch bestuur stond.
Wordt er nog malvasiawijn gemaakt?
Ja, maar in kleine hoeveelheden. De druifluis maakte in 1891 een einde aan de aanplant. Pas in 1999 lukte het virusvrije klonen te kweken, en in 2006 kreeg de malvasia van Banyalbufar als eerste in Spanje een eigen gezondheidscertificaat. Son Vives en Ca’n Pico maken er weer wijn van.
Kun je de Torre des Verger in?
Ja, gratis, over een trap die kort maar ongelijk is. De toren staat twee kilometer ten zuiden van het dorp aan de Ma-10 en wordt op de wegwijzers ook Mirador de ses Ànimes genoemd. Parkeren is er het knelpunt; bij zonsondergang staan de paar plekken vol.
Heeft Banyalbufar een strand?
Een kleine kiezelstrook onder het dorp, bereikbaar over een steile trap, met water dat meteen diep is en bij noordenwind flink kan staan. Mooi, maar geen strand voor een dag met kinderen. Verderop ligt de kiezelbaai van Port des Canonge.
Hoe kom je vanaf Palma in Banyalbufar?
In ongeveer drie kwartier over de Ma-10, via Esporles of via Estellencs. Er rijdt ook een bus vanaf Palma via Esporles. Een taxi kost extra, want Banyalbufar valt in de tweede bergzone met een toeslag van 4,26 euro.
Wat is de ramallet-tomaat?
De kleine tros die je op Mallorca aan keukenmuren ziet hangen en die de hele winter goed blijft. Hij groeit op de terrassen die na de druifluis niet terug naar de wijn gingen, en hij gaat over het geroosterde brood van pa amb oli.
Wanneer kun je er het beste heen?
In de lente, als de terrassen groen staan, of in oktober en november. In de zomer is het dorp warm en de weg druk. In de winter is het stil en nat; dit is het natste deel van Mallorca.



Schuif opzij voor meer foto’s. Het tegeltje bij de toren met het bouwjaar 1579, de parochiekerk van la Nativitat de Maria in het dorp, en de kust ten noorden van Banyalbufar. Foto’s via Wikimedia Commons: 1 Genet (CC BY-SA 4.0), 2 en 3 Malopez 21 (CC BY-SA 4.0).
Op de kaart
Bronnen (geraadpleegd 15 oktober 2026): gemeentegegevens en naslagwerken voor het inwonertal (573 in 2025, 894 in 1920), de herkomst van de naam, de baronie na 1229 en het aantal terrassen; Mallorcaanse wijnbronnen voor de malvasia, het stilvallen van de aanplant in 1891, de virusvrije klonen uit 1999 en het gezondheidscertificaat van 2006; het tegeltje bij de Torre des Verger voor het bouwjaar 1579, zichtbaar op de gebruikte foto; de tarieventabel van de Ajuntament de Palma voor de bergtoeslag; OpenStreetMap voor de coördinaten, die bij terugzoeken uitkomen in het dorp zelf. Het aantal terrassen wordt in de bronnen afgerond op ongeveer tweeduizend en de datering van de eerste aanleg loopt van de tiende tot de elfde eeuw; dat staat zo in de tekst. Foto’s via Wikimedia Commons.



