Palma de Mallorca (vaak gewoon Palma genoemd) is de hoofdstad van Mallorca en met afstand de grootste stad van de Balearen. Een dertiende-eeuwse gotische kathedraal direct aan zee, een veertiende-eeuws Moors paleis dat nog dienst doet als koninklijke residentie, een oude stad met kleine paleizen en patio-tuinen, en een mediterrane levensstijl die het hele jaar door werkt: Palma is meer dan een toeristen-bestemming. Voor wie Mallorca bezoekt is dit het culturele en culinaire hart, met genoeg te zien voor een hele vakantie of als sterk vertrekpunt voor de rest van het eiland.
La Seu: de gotische kathedraal aan zee
Het iconische beeld van Palma is de Catedral de Santa Maria de Palma, in de volksmond La Seu. Een gotische kathedraal direct aan de havenboulevard, met een gevel die uitkijkt over de Middellandse Zee. De bouw begon kort na de Catalaanse herovering van het eiland in 1229 en duurde tot in de zeventiende eeuw, met latere restauraties. Het roosvenster heeft een doorsnede van bijna veertien meter en is daarmee een van de grootste gotische roosvensters ter wereld. Het hoofdschip is vierenveertig meter hoog, een van de hoogste van Europa.
De kathedraal is bezienswaardig van buiten (geen entree nodig), maar het interieur is veel boeiender. Antoni Gaudí kreeg in 1903 opdracht om de kathedraal te restaureren, en zijn werk is nog zichtbaar in de baldakijn boven het hoofdaltaar en de smeedijzeren elementen. Tussen 2001 en 2006 deed de Mallorquijnse kunstenaar Miquel Barceló een ingrijpende renovatie van de Kapel van Sint-Petrus, met keramieken decoratie die het wonder van brood en vissen verbeeldt in een lokale Mallorquijnse context.

Het Oog van de Gotiek en het schouwspel van de acht
Wie de kathedraal binnenloopt, kijkt vanzelf omhoog naar het westen. Daar zit het grote rozetvenster dat op Mallorca het Oog van de Gotiek wordt genoemd, en dat is niet zomaar een koosnaam: het is het grootste gotische rozetvenster ter wereld. Er zitten ruim twaalfhonderd stukken gekleurd glas in, gerangschikt in een patroon van zesarmige sterren, en op een zonnige ochtend legt het dat hele patroon in kleur op de vloer van het middenschip.

Twee keer per jaar gebeurt er iets waarvoor mensen speciaal de wekker zetten. Op 2 februari, Maria-Lichtmis, en op 11 november, Sint-Maarten, staat de zon rond acht uur ’s ochtends precies zo dat het licht van het grote rozetvenster wordt geprojecteerd op de muur onder het kleinere rozetvenster daartegenover. Even zie je dan twee rozetten boven elkaar, de ene van glas en de andere van licht, en samen vormen ze de figuur van een acht. Vandaar de naam die het in het Catalaans en Spaans draagt: het schouwspel van de acht.
Het is uiteraard weersafhankelijk, want bij bewolking gebeurt er niets, en de kathedraal opent op die dagen extra vroeg met veel belangstelling. Wie er niet op die twee data is, hoeft niet teleurgesteld te zijn: bij helder weer valt het gekleurde licht het hele jaar door ’s ochtends de kerk binnen en is het effect op de vloer al indrukwekkend genoeg.

Gaudí en Barceló: twee kunstenaars die de kathedraal veranderden
La Seu is geen bevroren monument maar een gebouw waar in de afgelopen honderd jaar twee keer flink is ingegrepen, en allebei die ingrepen zijn nog te zien. De eerste was van Antoni Gaudí, die in 1903 door bisschop Campins werd gevraagd de kathedraal te herinrichten en daar van 1904 tot 1914 aan werkte. Hij haalde twee retabels weg die het zicht op de bisschopszetel blokkeerden, verplaatste het hoofdaltaar zodat het naar die zetel keek, hing er een baldakijn boven, verhuisde het koorgestoelte van het middenschip naar het priesterkoor, herstelde twee preekstoelen, maakte dichtgemetselde ramen weer open en ontwierp negen glas-in-loodramen, plus meubilair, smeedwerk, keramiek en een nieuwe verlichting. Af kwam het nooit: na onenigheid met de aannemer en de dood van de bisschop, zijn belangrijkste steun, legde Gaudí in 1914 het werk neer.
De tweede ingreep is van deze eeuw. De Mallorquijnse kunstenaar Miquel Barceló bekleedde de kapel van Sint-Pieter volledig met terracotta, een werk dat in 2007 werd voltooid. Het is een polychroom keramisch muurwerk van ongeveer driehonderd vierkante meter dat het wonder van de broodvermenigvuldiging uit het zesde hoofdstuk van het Johannesevangelie verbeeldt, met vissen, broden en golvend aardewerk dat van de muren af lijkt te komen. Het is even wennen in een gotische kathedraal, en dat was destijds ook de discussie, maar het is inmiddels een van de meest bezochte hoeken van het gebouw. Meer over de kerk zelf lees je in onze aparte gids over de kathedraal La Seu.
Palau de l’Almudaina: het koninklijke paleis
Direct naast de kathedraal staat het Palau de l’Almudaina, het veertiende-eeuws koninklijke paleis dat zijn oorsprong heeft in een Moorse vesting. Toen Jaume I de stad in 1229 veroverde, liet hij de Moorse architectuur grotendeels behouden en alleen aanpassen voor zijn doeleinden. Het resultaat is een gebouw waar je nog de Moorse hoeken en gewelven kunt zien, met Catalaans-gotische toevoegingen en latere renaissance-aanpassingen.
Het paleis dient nog steeds als residentie van het Spaanse koningshuis wanneer ze op het eiland zijn, vooral tijdens de zomer. Het is voor het publiek toegankelijk (entree ongeveer zeven euro), met de troonzaal, de Romeinse zuilen-binnenplaats, en het uitzicht over de havenboulevard als hoogtepunten.
De oude stad en zijn patios
Wat Palma onderscheidt van veel andere Spaanse steden zijn de “patios”: de binnenplaatsen van oude paleizen die nog steeds particulier bewoond zijn, maar in de oude stad vaak toegankelijk zijn vanaf de straat. De Carrer del Palau Reial, Carrer del Portella en de Carrer de Sant Bernat herbergen meerdere van deze paleizen, met centrale binnenplaatsen met palmbomen, Moorse putten, en gewelfde galerijen. Een wandeling door deze straatjes is een van de meest atmosferische ervaringen van de stad.
Plaça Major, het centrale plein, ligt in het hart van het commerciële district. Het is gebouwd op de plek van de voormalige Spaanse Inquisitie en heeft de iconische gele gevels met groene luiken. Daaromheen liggen de winkelstraten Sant Miquel en de Passeig del Born, met cafés, internationale merken en lokale boetieks.
Musea en cultuur
Palma heeft een verrassend rijke museum-scene voor een stad van deze grootte. Es Baluard, gebouwd in een voormalig bastion van de oude stadsmuur, is het belangrijkste museum voor moderne en hedendaagse kunst, met werken van Miró, Picasso en hedendaagse Mallorquijnse kunstenaars. Het uitzicht vanaf het dakterras is een van de beste in de stad.
Voor wie van Joan Miró houdt is de Fundació Pilar i Joan Miró, in het naburige Cala Major, een verplichte bezoek. Miró woonde de laatste decennia van zijn leven op Mallorca, en zijn voormalige studio is bewaard gebleven. Voor kleinere galerieën: Gerhardt Braun Gallery aan de Carrer de Sant Feliu is een van de meest interessante voor hedendaagse kunst.
De belangrijkste bezienswaardigheden op een rij
Naast de kathedraal en het paleis heeft Palma nog een handvol plekken die je niet mag overslaan. Het meest tot de verbeelding sprekend is het Castell de Bellver, hoog op een beboste heuvel boven de stad. Koning Jaume II liet het rond 1300 optrekken als paleis-vesting, en het is een van de weinige volledig ronde kastelen van Europa, met drie torens en een losstaande donjon. Later diende het eeuwenlang als militaire gevangenis, met als beroemdste gevangene de verlichtingsdenker Gaspar Melchor de Jovellanos. Vandaag is het een museum, en vanaf de ronde weergang heb je het allermooiste panorama over Palma en haar baai.

Middenin het oude centrum ligt de Plaça Major, het gele arcadenplein dat werd aangelegd op de plek waar ooit de Spaanse Inquisitie zetelde. Een paar straten verderop vind je de Banys Àrabs, kleine Arabische baden uit de tiende tot twaalfde eeuw en zowat het enige wat nog rest van Medina Mayurqa, de moslimstad die Palma ooit was. Het koepeldak met zijn vijfentwintig ronde lichtgaten rust op een dozijn hergebruikte antieke zuilen.

Wandel daarna over de Passeig del Born, de lommerrijke promenade die de chique winkelader van de stad vormt, en duik in de Mercat de l’Olivar, de overdekte markt waar de Palmesanen hun verse vis, groenten en vlees kopen. En wie van moderne kunst houdt, rijdt naar de Fundació Pilar i Joan Miró aan de westrand van de stad, gebouwd rond de ateliers waar Joan Miró de laatste decennia van zijn leven werkte.
Restaurants en eten
Palma heeft een culinaire scene die niet onderdoet voor grotere Spaanse steden. Marc Fosh, gerund door de Britse chef met dezelfde naam, was het eerste Michelin-ster-restaurant in Palma en blijft een van de beste opties voor verfijnd diner. Adrián Quetglas (ook Michelin) biedt moderne Mallorquijnse keuken in een intieme setting. Voor traditioneel: Bodega Españyola in de oude stad is een instituut, met klassieke tapas en lokale wijnen.
De Mercat Vell en Mercat de l’Olivar zijn de centrale markten met verse producten, lokale kazen (vooral Mahón-kaas uit Menorca), oliën, brood en vis. Op zaterdagochtend is dit een van de levendigste plekken van de stad. Voor lunch op de markt zelf: meerdere foodstands en kleine restaurants binnen het complex.

Stranden bij Palma
Hoewel Palma vooral een stedelijke bestemming is, zijn de stranden dichtbij. Cala Major en Illetes liggen tien minuten westelijk van het centrum. Playa de Palma aan de zuid-zijde is het grote toeristische strand, met een lange boulevard en alle voorzieningen. Voor wat dramatischer rijd je veertig minuten naar Cala d’Or (witzand-natuurstrand) of vijftig minuten naar Deià (legendarische bergroute).
Locatie en bereikbaarheid
Palma ligt in het zuiden van Mallorca, aan een grote natuurlijke baai. Coördinaten zo’n 39,57° N · 2,65° E.
Het internationale vliegveld Son Sant Joan ligt acht kilometer oost van het centrum, met goede verbindingen naar heel Europa. Bus 1 vanaf het vliegveld brengt je in twintig minuten naar het centrum (€5). De oude stad is autovrij; parkeren in een van de centrale parkings of langs de Passeig Marítim. Voor wie verblijft in Palma: alles is op loopafstand of met de stadsbus bereikbaar.
Wanneer is het mooist?
April, mei en oktober zijn de prettigste maanden, met mild weer (achttien tot vijfentwintig graden), bloeiende straten en hanteerbare drukte. Juni tot september is de drukste periode, met cruisepassagiers die de oude stad bezoeken en hogere prijzen. November tot maart is laagseizoen, met af en toe regen maar nog altijd mild weer (vijftien à twintig graden), en is een goede tijd voor cultuur-bezoek zonder de massa.
Praktische tips
Plan minimaal twee dagen voor Palma: een dag voor La Seu, Almudaina en de oude stad, een tweede voor musea, markten en de Passeig del Born. Voor wie ook strand wil: drie dagen is realistisch. Cash en kaart worden overal geaccepteerd. Voor wie ’s avonds uitgaat: de Santa Catalina-wijk (tien minuten lopen vanaf het centrum) heeft de meest levendige bar-scene, met tapas-bars en kleinere restaurants. Voor wie Mallorca verder wil ontdekken: vanuit Palma rijd je in een uur naar de iconische bergroutes van de Serra de Tramuntana, of in een halfuur naar de oostkust-stranden. Wie nog twijfelt tussen de eilanden, vindt de afweging in Ibiza of Mallorca.
Op de kaart
Veelgestelde vragen
Hoeveel tijd heb ik nodig voor Palma?
Minimaal twee dagen voor het belangrijkste, drie tot vier dagen voor een rustige verkenning inclusief strand.
Wat is La Seu?
De Catedral de Santa Maria, een gotische dertiende-eeuwse kathedraal direct aan zee. Iconisch om het roosvenster en de restauraties door Gaudí (1903) en Miquel Barceló (2001-2006).
Kan ik het Almudaina-paleis bezoeken?
Ja, voor ongeveer zeven euro entree. Naast de kathedraal, met troonzaal, binnenplaats en uitzicht over de haven. Sluit soms tijdens koninklijke bezoeken.
Welke wijk is het levendigst?
Santa Catalina voor het avondleven (bars, tapas, kleinere restaurants), de oude stad voor cultuur, en de Passeig del Born voor winkelen.
Welke musea?
Es Baluard voor hedendaagse kunst, Fundació Pilar i Joan Miró voor Miró, Gerhardt Braun Gallery voor hedendaagse galerieën in historische paleizen.
Hoe kom ik vanaf het vliegveld?
Bus 1 in 20 minuten (€5), taxi rond €25. Het vliegveld ligt 8 km oost van het centrum.
Is Palma duur?
Middelmatig. Diner rond €30-€60 per persoon in goede restaurants, hotelnacht €100-€250 in zomer. Markten en kleinere tapas-bars houden de kosten lager.
Wat is het schouwspel van de acht in de kathedraal?
Op 2 februari en 11 november staat de zon rond acht uur ’s ochtends zo dat het licht van het grote rozetvenster op de muur onder het kleinere rozetvenster valt. Even staan er dan twee rozetten boven elkaar, een van glas en een van licht, samen in de vorm van een acht. Het gaat alleen door bij helder weer.
Heeft Gaudí aan de kathedraal van Palma gewerkt?
Ja. Van 1904 tot 1914 herrichtte hij het interieur in opdracht van bisschop Campins: hij verplaatste het altaar en het koorgestoelte, hing er een baldakijn boven en ontwierp negen glas-in-loodramen. Na onenigheid met de aannemer en de dood van de bisschop legde hij het werk onvoltooid neer.
Bronnen en fotocredit
De foto’s komen van Wikimedia Commons (CC). Achtergrond uit Wikipedia (Palma Cathedral), Explore Palma de Mallorca en Celebrity Cruises Old Town Guide.
Op zoek naar meer over Palma en Mallorca? Lees over Plaça Major (centraal plein) en Gerhardt Braun Gallery. Voor stranden en uitstapjes op het eiland: Cala d’Or, Deià en de complete Mallorca-route. Palma is de hoofdstad van Mallorca, een van de vier Balearen.
Lees ook: Es Verger Mallorca.



