Gepubliceerd op
Zeewater: Copernicus Marine via Open-Meteo, gemeten 22 oktober. Buitentemperatuur en wind: Open-Meteo, nu.
De boog van lichte kiezels, met de klif links en de kaap in de verte. Foto: Olaf Tausch, CC BY 3.0, via Wikimedia Commons
Platja des Coll Baix is het soort strand dat je op Mallorca bijna niet meer verwacht: een boog van bleke kiezels van ongeveer tweehonderdtwintig meter, met turquoise water ervoor en een steile, beboste klif erachter, en verder helemaal niets. Geen strandtent, geen ligbedden, geen toiletten, geen weg die er naartoe loopt. Je komt er te voet of met een boot, en dat is precies de reden dat het er is zoals het is.
Waar het ligt
Het strand ligt aan de noordkant van het schiereiland van la Victòria, de groene punt die vanaf Alcúdia de zee in steekt en de baai van Alcúdia van de baai van Pollença scheidt. Op de kaart zie je waarom het zo afgelegen is: de hele noordflank van dat schiereiland is rots en pijnbos, zonder dorpen en zonder kustweg. Coll Baix is de enige echte baai in die flank, ingeklemd tussen twee uitlopers, met uitzicht over het water richting het schiereiland van Formentor.

Dat uitzicht is een van de dingen die het strand anders maken dan de brede zandstranden van de baai zelf. Waar Playa de Muro en het strand van Alcúdia kilometers vlak zand met hotels erachter zijn, kijk je hier tegen kliffen en bos aan, met aan de overkant de kaap van Port de Pollença. Je zit op hetzelfde eiland, een kwartier rijden van de toeristische kust, in een volstrekt ander landschap.
Wat de naam vertelt
Coll Baix betekent in het Catalaans zoiets als de lage pas, en dat is precies wat het is: de laagste doorgang in de bergrug van het schiereiland, het punt waar je er met de minste klim overheen komt. De naam gaat dus niet over het strand maar over de weg ernaartoe, en dat zegt iets over hoe mensen hier vroeger keken. Dit was geen bestemming maar een doorgang, een plek waar je overheen moest om aan de andere kant te komen. Het strand eronder was eeuwenlang vooral het domein van vissers en, in minder brave tijden, van smokkelaars die hun lading hier aan land brachten buiten het zicht van de stad.
Dat het nog steeds zo onaangeroerd is, komt door de combinatie van die geografie en bescherming. Het hele schiereiland is openbaar bos- en natuurgebied, zonder bouwvergunningen aan de kust, en de enige manier om er met materieel te komen zou over datzelfde slechte pad zijn. Daardoor is Coll Baix een van de weinige stranden op dit deel van Mallorca waar in vijftig jaar toerisme vrijwel niets veranderd is.
Hoe je er komt, en waarom dat het halve verhaal is
Er loopt geen weg naar het strand. Je rijdt vanaf Alcúdia de weg op naar het schiereiland, richting de Ermita de la Victòria, en slaat daarna af naar het Refugi del Coll Baix, een berghut in het bos. Dat laatste stuk is een onverharde weg die er slecht bij ligt, met gaten en losse stenen, en je rijdt er stapvoets. Aan het eind staat een parkeerplaats, en daarachter sluit een ketting de weg af voor auto’s.
Vanaf die parkeerplaats daal je te voet af. Over de duur lopen de schattingen flink uiteen, van ongeveer een halfuur tot drie kwartier, afhankelijk van welk beginpunt een bron neemt en hoe hard je loopt. Reken er veiligheidshalve op dat je heen en terug ruim anderhalf uur kwijt bent, los van de tijd die je op het strand doorbrengt. Het pad is geen wandelpromenade: het daalt stevig, ligt vol losse steen en het laatste stuk gaat over kustrotsen waar je met je handen bijhoudt. Met kleine kinderen, met iemand die slecht ter been is, of op slippers is dit geen goed plan.
Na regen wordt het bovendien glad, want er kan water door het ravijn lopen. Stevige schoenen zijn hier geen overdreven advies maar het verschil tussen een mooie ochtend en een verzwikte enkel. Neem ook water mee, want er is beneden niets te koop, en er is nauwelijks schaduw op het strand zelf.
De parkeerplaats is het echte knelpunt
Het grootste praktische probleem is niet het pad maar de ruimte voor je auto. De parkeerplaats bij het refugio is gratis maar klein, en in het hoogseizoen zit hij vaak al voor half tien vol. Dat betekent iets vervelends: kom je later, dan heb je de hele slechte onverharde weg gereden om vervolgens om te moeten keren, want er is geen plek om de auto elders neer te zetten. Vroeg komen is hier dus geen tip om de drukte te ontlopen, maar de voorwaarde om er überhaupt te komen.

Over hoe het parkeren precies geregeld is, lopen de bronnen uit elkaar. De meeste beschrijven alleen de kleine gratis plek bij het refugio; één gids noemt een openbare parkeerplaats vlak bij het strand die in juli en augustus betaald zou zijn, maar dat strookt niet met het beeld dat alle andere bronnen geven en met het feit dat er geen rijweg tot aan het zand loopt. Ga uit van het refugio, en controleer het vlak voor vertrek. Hoe parkeren op het eiland in het algemeen werkt, met de kleuren van de vakken en de boetes, staat in onze gids over parkeren op Mallorca.
Het strand zelf
Beneden aangekomen zie je waarvoor je het gedaan hebt. Het strand is een vrijwel perfecte boog van lichte kiezels, grover dan grind en fijner dan rolstenen, die onder water meteen overgaan in een turquoise ondiepte. Het water is er opvallend helder, juist omdat er geen zand opwaait en geen rivier uitmondt. Links rijst de klif bijna verticaal op, met een overhangende rotswand waar in de loop der jaren stukken uit zijn gevallen; rechts loopt de kust door in lage rotsplaten.
Kiezels betekenen twee dingen voor je dag. Het eerste is dat je niet comfortabel op een handdoek ligt zonder matje: het is hard en ongelijk. Het tweede is dat het water schoon blijft en dat je er prettig in loopt zonder in te zakken, al zijn waterschoenen fijn omdat de stenen glad kunnen zijn. Zwemmen is er goed, met een bodem die geleidelijk dieper wordt, maar omdat de baai naar het noorden open ligt kan er bij noordenwind flinke deining staan. Bij zo’n wind is Coll Baix geen strand om kinderen los te laten.
Voorzieningen zijn er niet, en dat is geen tekortkoming maar het hele punt. Geen wc, geen douche, geen afvalbak, geen reddingsbrigade. Wat je meeneemt, neem je ook weer mee terug omhoog.
Met de boot, en waar je op moet letten
De tweede manier om er te komen is over water, en voor veel bezoekers is dat de aangenamere. Vanuit de haven van Alcúdia varen in het seizoen boottochten die de noordkust van het schiereiland volgen en in de baai voor anker gaan; je zwemt dan het laatste stuk of wordt met een bijbootje aan land gezet. Dat scheelt de hele afdaling en de hele klim terug, maar je zit wel vast aan het schema van de boot en je deelt het strand met de rest van de opvarenden.
Heb je zelf een boot, dan is het ankeren hier aan regels gebonden. In de ondiepten van deze kust groeit posidonia, het zeegras dat het water zo helder houdt en dat op de Balearen beschermd is; een anker dat daarin valt, rukt planten los die er decennia over doen om terug te groeien. Anker daarom op zand, te herkennen aan de lichte vlekken tussen het donkere gras, of gebruik een boei als die er ligt.
Er is nog iets om rekening mee te houden, en dat is de klif zelf. Aan de westkant hangt de rotswand over het strand heen en je ziet onderaan de puinhelling liggen van wat er in de loop der jaren uit is gevallen. Vlak onder een overhangende wand gaan liggen is daar geen slim idee, hoe aanlokkelijk de schaduw ook is. Blijf op het open deel van de boog.
Wanneer je het beste gaat
Vroeg in de ochtend is het hier op zijn mooist en op zijn stilst. Tussen tien uur en een uur of één varen er toeristische catamarans de baai in, die voor anker gaan en groepen aan land zetten; dan is het strand ineens een stuk voller en luidruchtiger dan het eerste uur. Wie om acht of negen uur beneden staat, heeft de boog vaak vrijwel voor zich alleen.
Wat het seizoen betreft is mei, juni, september en begin oktober het prettigst: warm genoeg om te zwemmen, en de klim terug omhoog is dan te doen. In juli en augustus is die klim in de volle zon zwaar, zeker aan het eind van de middag, en zit de parkeerplaats het snelst vol. In de winter kun je er prima wandelen, al is zwemmen dan iets voor de doorgewinterden. Zeewatertemperaturen per maand staan in onze gids over de beste reistijd voor Mallorca.



Schuif opzij voor meer foto’s. Het strand van bovenaf, de kiezels van dichtbij en de baai gezien vanaf de rotsen. Foto’s via Wikimedia Commons: 1 en 2 Olaf Tausch (CC BY 3.0), 3 Kufoleto (CC BY 3.0).
Wat je eromheen kunt doen
De route naar Coll Baix is zelf al een wandeling waard. Het schiereiland van la Victòria is bosgebied met gemarkeerde paden, en vanaf het refugio lopen routes door naar hogere uitzichtpunten met zicht over beide baaien. De Ermita de la Victòria, een kapelletje met een restaurant tegen de helling, ligt aan dezelfde weg en is een logische stop op de terugweg. Meer routes op het eiland staan in onze gids over wandelen op Mallorca.
Wil je dezelfde soort afgelegen sfeer maar dan zonder de klim, dan is Cala Varques aan de oostkust het bekendere voorbeeld, ook te voet en ook zonder voorzieningen. En zoek je juist het tegenovergestelde, een breed strand met alles erop en eraan, dan rijd je in een kwartier naar het strand van Alcúdia. Een overzicht van wat er verder is staat in onze gids met de mooiste stranden van Mallorca.
Op de strandenkaart van Mallorca zie je Platja des Coll Baix samen met alle andere stranden van het eiland.
Veelgestelde vragen over Platja des Coll Baix
Waar ligt Platja des Coll Baix?
Aan de noordkant van het schiereiland van la Victòria, in de gemeente Alcúdia in het noorden van Mallorca. Het is de enige echte baai in die kustflank, met uitzicht richting het schiereiland van Formentor.
Kun je er met de auto komen?
Niet tot aan het strand. Je rijdt tot de parkeerplaats bij het Refugi del Coll Baix, over een onverharde weg die er slecht bij ligt, en daarachter sluit een ketting de weg af. Het laatste stuk doe je te voet.
Hoe lang loop je naar beneden?
De schattingen lopen uiteen van ongeveer een halfuur tot drie kwartier, afhankelijk van het beginpunt en je tempo. Reken heen en terug op ruim anderhalf uur, los van de tijd op het strand.
Is het pad zwaar?
Het daalt stevig, ligt vol losse steen en het laatste stuk gaat over kustrotsen waar je je handen bij nodig hebt. Na regen wordt het glad. Met kleine kinderen, met iemand die slecht ter been is of op slippers is het geen goed plan; draag stevige schoenen.
Hoe laat moet je er zijn voor een parkeerplek?
In het hoogseizoen zit de kleine gratis parkeerplaats bij het refugio vaak al voor half tien vol. Kom je later, dan heb je de hele onverharde weg gereden om te moeten omkeren, want elders staan kan niet.
Zijn er voorzieningen?
Geen enkele. Er is geen strandtent, geen toilet, geen douche, geen afvalbak en geen reddingsbrigade. Neem water en eten mee, en neem je afval weer mee terug omhoog.
Is het zand of kiezel?
Kiezel, lichtgekleurd en grover dan grind. Daardoor blijft het water opvallend helder, maar je ligt niet comfortabel zonder matje en waterschoenen zijn prettig omdat de stenen glad kunnen zijn.
Wanneer is het er het rustigst?
Vroeg in de ochtend. Tussen ongeveer tien uur en één uur varen er toeristische catamarans de baai in die groepen aan land zetten; daarvoor heb je de boog vaak vrijwel voor jezelf.
Op de kaart
Bronnen (geraadpleegd 15 oktober 2026): OpenStreetMap voor de ligging en de coördinaten van het strand; Spaanse en Nederlandstalige strandgidsen en wandelverslagen voor de afmetingen van ongeveer 220 bij 50 meter, de staat van de onverharde weg, de ketting bij de parkeerplaats, de looptijden en het uur waarop de parkeerplaats in het hoogseizoen volloopt. Waar die bronnen elkaar tegenspraken, over de looptijd en over een vermeende betaalde parkeerplaats bij het strand, staat dat zo in de tekst. Foto’s via Wikimedia Commons.



