Gepubliceerd op
Het strand van Sa Mesquida, met links de kale rotskop Es Pa Gros die de baai afsluit. Foto: carlos venegas gavilán, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons
Sa Mesquida is het strand waar je vanuit Maó in nog geen twintig minuten staat, en het eerste echte noordkuststrand van Menorca als je de hoofdstad achter je laat. Het is een vissersgehucht van witte huizen aan een zandboog van ongeveer driehonderd meter, met op de kop van de baai een verdedigingstoren die de Britten in 1799 bouwden. Omdat de baai open ligt naar het noorden komt de deining er rechtstreeks binnen, en dat maakt dit een van de weinige plekken op het eiland waar je bij de juiste wind surfers in het water ziet. Naast het grote strand ligt een tweede, veel kleinere baai bij de huizen zelf. Hieronder lees je hoe het er ligt, wat er in 1781 en 1799 gebeurde, hoe het water en het zand zijn, waar je parkeert, welke bus er rijdt en wanneer je er het meeste plezier van hebt.
Waar ligt Sa Mesquida en waarom is dat bijzonder?
Menorca heeft een zachte zuidkust van witte kalksteen en een ruige noordkust van donker, verweerd gesteente, en Sa Mesquida is het eerste stuk noordkust dat je bereikt als je vanuit Maó de Me-3 op draait richting het fort van La Mola. Na een kleine acht kilometer over een smalle landweg tussen muurtjes en weilanden duikt de weg omlaag en zie je ineens de baai liggen. Geen ander noordelijk strand ligt zo kort bij de hoofdstad, en dat is het sterkste argument: je kunt hier ’s ochtends zwemmen en om twaalf uur weer op de markt van Maó staan.
De baai is ongeveer zevenhonderd meter breed en wordt aan de noordwestkant afgesloten door Es Pa Gros, een kale heuvel van een meter of vijftig die als een halfrond brood uit zee steekt en op elke foto van dit strand de horizon vult. Aan de andere kant ligt de Punta de sa Torre met de verdedigingstoren. Daartussen ligt het zand, noordoostelijk gericht, met daarachter een duingebied dat de laatste jaren is hersteld. Nog verder naar het noorden, achter Es Pa Gros, ligt het rotsachtige sa Raconada Vella, waar vrijwel niemand komt.
De naam verraadt dat hier lang voor de Britten al mensen woonden. Mesquida gaat terug op het Arabische woord voor moskee, en zulke plaatsnamen herinneren aan de islamitische eeuwen van de Balearen. Je vindt dezelfde naam op Mallorca terug, bij Capdepera en bij Calvià, wat verklaart waarom je bij het zoeken voortdurend op het verkeerde eiland uitkomt.

Het gehucht: zevenenzestig inwoners en een eilandje met een loopbrug
Sa Mesquida is officieel een kern van de gemeente Maó en telde bij de laatste telling zevenenzestig inwoners. In de zomer zijn dat er een veelvoud, want het merendeel van de huizen is zomerhuis. Het is nadrukkelijk geen badplaats: geen hotels, geen winkelstraat en geen rij appartementen, maar witte vissershuisjes met bootjes op een trailer ervoor en een enkel terras aan het water.
Het mooiste detail zit in de kleine baai bij de huizen. Daar ligt sa Bateria Amagada, een forse rots in zee die met een smalle loopbrug aan het vasteland vastzit en waarop in de loop van de tijd een handvol zomerhuisjes is gebouwd, compleet met meerpalen voor sloepen. De naam betekent zoveel als de verborgen batterij, een verwijzing naar het geschut dat hier ooit achter de rotsen verstopt stond.
Aan eten en drinken is er precies genoeg. Bar de sa Mesquida is het soort zaak waar je na het zwemmen een biertje drinkt met zand aan je voeten, en een paar honderd meter verderop, hoog op de rotsen boven de baai, zit Cap Roig, het visrestaurant dat het uitzicht over deze kust tot zijn handelsmerk heeft gemaakt. Verder heeft het dorp een buurtvereniging die in de eerste of tweede week van augustus het dorpsfeest organiseert, en dat is precies de week waarin je het hier het drukst treft.
De toren van 1799 en de landing van 1781
De geschiedenis van Sa Mesquida is groter dan het dorp. Op 19 augustus 1781 landde hier een Frans-Spaanse troepenmacht onder de hertog van Crillón, met als doel zo snel mogelijk naar Maó op te rukken en de Britse gouverneur te overvallen. De keuze voor deze baai was slim: ze ligt dicht genoeg bij de stad om in een ochtend te overbruggen, maar ver genoeg van de haven om buiten het bereik van de kanonnen te blijven. De campagne die op dit zand begon, eindigde op 5 februari 1782 met de overgave van het fort Sant Felip, en daarmee kwam Menorca na ruim zeventig jaar weer in Spaanse handen.
Karel III liet vervolgens de forten Sant Felip en Sant Antoni slopen, zodat een vijand er nooit meer gebruik van zou kunnen maken. Toen de Britten in 1798 voor de derde en laatste keer terugkwamen, stonden ze dus voor een kust zonder verdediging, en ze losten dat op met elf ronde kusttorens die tussen 1798 en 1802 verrezen. Een daarvan staat hier, met het bouwjaar 1799 in het metselwerk gebeiteld. Hij heeft drie verdiepingen en de vorm van een afgeknotte kegel, met aan de noordkant nog resten van de pleisterlaag van kalk en zand.
Het veelzeggendste onderdeel zit aan de westkant: een brede, zwaar uitgevoerde werpgang die boven de borstwering van het dakterras uitsteekt en bedoeld was om een aanval vanaf het land af te slaan. Precies de kant waar de troepen van Crillón zeventien jaar eerder aan land waren gekomen. De les van 1781 staat dus letterlijk in de muur gebouwd. Bezoeken kun je de toren niet, want hij staat op privéterrein, maar vanaf het strand en het pad eromheen zie je hem van alle kanten.

Het zand, het water en de duinen erachter
Het strand meet ongeveer driehonderd meter langs de waterlijn en bestaat uit fijn, bijna wit zand dat eerder aan de zuidkust doet denken dan aan de grove, grijzige stranden verderop langs het noorden. De bodem loopt geleidelijk af, zodat je ver kunt doorlopen voordat je niet meer staat, en bij rustig weer is het water zo helder dat je de ribbels in het zand onder je ziet. Aan beide uiteinden zitten begroeide rotsen, en dat maakt het aan de randen goed snorkelwater. In de zomer loopt de zeetemperatuur op tot een graad of zesentwintig, in de winter zakt die naar een graad of veertien.
Achter het zand ligt iets wat je op Menorca niet vaak meer ziet: een duingordel die actief is hersteld, en daarachter een ondiepe lagune die alleen in het natte seizoen vol staat. Dat water komt van de afstroming uit het achterland en zoekt tussen de duinen door zijn weg terug naar zee, waardoor het zout is en er weinig waterplanten groeien. In de zomer is het een droge, zilte vlakte, in januari een spiegel vol vogels. Over dat hele gebied ligt een houten vlonderpad, zodat wandelaars de duinen kunnen oversteken zonder ze kapot te lopen.
Aan voorzieningen op het zand moet je weinig verwachten, en dat hoort bij het karakter van de plek. In het hoogseizoen staat er een reddingsbrigade, en dat is volgens de eilandelijke strandgids ook werkelijk de enige dienst op het strand zelf. Geen strandtent, geen ligbedden, geen rij parasols. Wat je wilt drinken neem je mee of haal je in het dorp. Honden zijn niet toegestaan en er wordt niet naakt gezonnebaad. Boten mogen niet vlak voor de kust voor anker, wat de zwemzone rustig en het zeegras heel houdt.
Golven, wind en waarom surfers hier komen
Dit is het punt waarop Sa Mesquida zich onderscheidt van de meeste Menorcaanse baaien. De zuidkust ligt beschut en blijft bij bijna elk weertype vlak, maar deze baai staat open naar het noorden, en als de tramuntana aanzet komt de deining er ongehinderd in. Menorca is het meest aan deining blootgestelde eiland van de Balearen, en op dagen dat de rest van de Middellandse Zee er als een vijver bij ligt, breken hier golven op het zand. Groot worden ze zelden, maar wel regelmatig en netjes genoeg voor longboarders en voor wie het surfen nog leert, en dat verklaart de boards op de autodaken op de parkeerplaats.
Voor zwemmers betekent diezelfde ligging dat je even naar de lucht moet kijken voordat je je handdoek uitlegt. Bij noordenwind staat er branding en trekt het water aan je benen, en dan is dit geen strand om kleine kinderen zonder toezicht in te laten pootjebaden. Ook de levante, de oostenwind, raakt dit hoekje van het eiland. Bij zuidelijke wind is het hier juist opvallend rustig, en dan is Sa Mesquida de slimme keuze terwijl de zuidkust vol schuimkoppen staat. Laat de windrichting van de dag dus bepalen naar welke kust je rijdt.



Schuif opzij voor meer foto’s. Van het heldere water en het vlonderpad over de herstelde duinen tot de loopbrug naar sa Bateria Amagada. Foto’s: rene boulay (CC BY-SA 3.0), Alejandro Muñoz Cabrisas (CC BY-SA 4.0) en Nicolas Vigier (CC0), via Wikimedia Commons
S’Arenal Petit, de tweede baai bij de huizen
Wie Sa Mesquida zegt, bedoelt meestal het grote strand ten noorden van de toren, maar er hoort een tweede baai bij, pal bij de huizen: s’Arenal Petit. Die is met ongeveer honderddertig meter minder dan de helft zo lang, de ondergrond is grover en op stukken ronduit kiezelig, en er staan bootjes en betonnen hellingen langs de kant. Precies daardoor is het er rustiger dan op het grote zand, ook in augustus. Het is de baai waar de dorpelingen zelf te water gaan, met de loopbrug naar sa Bateria Amagada aan de ene kant en het terras van de bar aan de andere.
Tussen de twee baaien is het over de weg ongeveer negenhonderd meter, een goed kwartier wandelen langs de voet van de rots waarop de toren staat. Wie met kinderen komt en het op het grote strand te woelig vindt, is hier beter af, want s’Arenal Petit ligt dieper in de bocht en vangt veel minder golfslag.
Hoe kom je er en waar parkeer je?
Met de auto rijd je vanaf het centrum van Maó 8,4 kilometer over de Me-3 en de zijweg naar het dorp, goed voor bijna twintig minuten over een smalle, bochtige weg waar je niet hard kunt. Vanaf de luchthaven is het 12,3 kilometer en een kleine vijfentwintig minuten, vanaf Ciutadella ruim vijftig kilometer en bijna een uur. Dit is dus vooral een strand voor wie in of rond Maó verblijft.
Parkeren kost niets. Boven het strand ligt een onverhard terrein voor ongeveer tachtig auto’s, op zo’n tweehonderd meter van het zand, en er is een tweede gratis terrein vlakbij. Dat klinkt ruim, maar dat is het niet: in juli en augustus zit het voor het middaguur vol en is er geen overloopterrein, waarna alleen de smalle dorpsstraten resten waar je eigenlijk niet moet staan. Hoe dat op de rest van het eiland geregeld is, staat in onze gids over parkeren op Menorca.
Zonder auto kan het in de zomer ook. Lijn L24 rijdt dan van het busstation van Maó via Cala Llonga en Es Murtar naar Sa Mesquida en stopt bij de parkeerplaats van het strand. De rit beslaat zo’n zeven en een halve kilometer en duurt ongeveer twintig minuten, een enkeltje kost 1,35 euro en je betaalt contant in de bus. Het is nadrukkelijk een zomerlijn: in 2025 reed hij voor het laatst op 8 september. Buiten die maanden kom je er alleen met eigen vervoer of te voet, en alle lijnen en tarieven staan in onze gids over de bus op Menorca.
Te voet is er een derde manier, en dat is de mooiste. Sa Mesquida ligt ruwweg halverwege etappe 1 van het Camí de Cavalls, het pad dat in tien kilometer van Maó naar Es Grau loopt, en het vlonderpad over de duinen is een stuk van die route. Wie de hele etappe doet, wandelt van de langste natuurlijke haven van de Middellandse Zee naar de rand van S’Albufera des Grau, het hart van het biosfeerreservaat, met dit strand als zwempauze onderweg.
Wanneer kun je het beste naar Sa Mesquida?
Mei en juni zijn hier de beste maanden. Het water is vanaf eind mei goed te doen, de duinen staan in bloei en op de parkeerplaats is altijd plek. Juli en augustus zijn schitterend van weer maar verdienen een waarschuwing: dit is het strand van de stad Maó, dus op een warme zondag zit het vol met eilandbewoners en niet alleen met toeristen. De bezetting loopt dan op tot ruim driekwart van wat het strand aankan, en de beperkte parkeerruimte is de flessenhals. In de week van het dorpsfeest, begin augustus, is het helemaal raak.
September is de verrassing: de zee is op haar warmst, de drukte valt weg zodra de scholen beginnen, en tot begin september rijdt de bus nog. Zodra die stopt, heb je op een doordeweekse middag het zand bijna voor jezelf. In oktober en november komen de eerste noordelijke depressies langs, en dan is dit precies de baai waar je naartoe gaat om de zee tekeer te zien gaan tegen de rotsen van Es Pa Gros, met de toren als silhouet erboven. In de winter is er niets open, maar het vlonderpad en het Camí de Cavalls liggen er het hele jaar. Hoe de maanden zich op het hele eiland tot elkaar verhouden, lees je in onze gids over de beste reistijd voor Menorca.
| Vanaf de parkeerplaats van Sa Mesquida | Afstand | Rijden |
|---|---|---|
| Cala Llonga | 4,0 km | 9 minuten |
| Maó (centrum) | 8,4 km | 18 minuten |
| Es Grau | 11,7 km | 18 minuten |
| Luchthaven Menorca (MAH) | 12,3 km | 23 minuten |
| Ciutadella | 50,2 km | 55 minuten |
Op de strandenkaart van Menorca zie je Sa Mesquida samen met alle andere stranden van het eiland.
Veelgestelde vragen over Sa Mesquida
Hoe ver is Sa Mesquida van Maó?
Vanaf het centrum van Maó is het 8,4 kilometer over de Me-3, met de auto bijna twintig minuten omdat de weg smal en bochtig is. Vanaf de luchthaven is het 12,3 kilometer en ongeveer vijfentwintig minuten. Het is daarmee het dichtstbijzijnde noordkuststrand vanuit de hoofdstad.
Wat kost parkeren bij Sa Mesquida?
Niets. Boven het strand ligt een gratis onverhard terrein voor ongeveer tachtig auto’s, op zo’n tweehonderd meter van het zand, plus een tweede gratis terrein vlakbij. In juli en augustus zitten beide voor het middaguur vol en is er geen alternatief.
Rijdt er een bus naar Sa Mesquida?
In de zomer wel. Lijn L24 rijdt vanaf het busstation van Maó via Cala Llonga en Es Murtar naar Sa Mesquida, met een halte bij de parkeerplaats van het strand. De rit duurt twintig minuten en een enkeltje kost 1,35 euro, contant in de bus. In 2025 reed de lijn voor het laatst op 8 september.
Kun je bij Sa Mesquida surfen?
Bij noordenwind wel. De baai ligt open naar het noorden, dus als de tramuntana aanzet komt de deining ongehinderd binnen en breken er golven op het zand. Groot worden ze zelden, maar regelmatig genoeg voor longboarders en beginners. Bij zuidelijke wind ligt het water er juist vlak bij.
Welke voorzieningen zijn er op het strand?
Bijna geen. In het hoogseizoen staat er een reddingsbrigade, en dat is volgens de eilandelijke strandgids ook de enige dienst op het zand. Geen strandtent, geen ligbedden, geen parasols. Eten en drinken haal je in het gehucht, bij Bar de sa Mesquida of hoger op de rotsen bij visrestaurant Cap Roig. Honden zijn niet toegestaan.
Kun je de toren van Sa Mesquida bezoeken?
Nee. De toren staat op privéterrein en is van binnen niet toegankelijk. Van buiten zie je hem vanaf het strand, vanaf de weg en vanaf het Camí de Cavalls goed liggen. Hij werd in 1799 door de Britten gebouwd, heeft drie verdiepingen en draagt het bouwjaar in het metselwerk.
Is Sa Mesquida geschikt voor kinderen?
Bij rustig weer zeker, want de bodem loopt geleidelijk af en er is een reddingsbrigade in het hoogseizoen. Bij noordenwind staat er branding en is het grote strand minder geschikt voor kleine kinderen. Dan is s’Arenal Petit, de kleinere baai bij de huizen op ongeveer negenhonderd meter, de rustiger keuze.
Wat is het verschil tussen Sa Mesquida op Menorca en Cala Mesquida op Mallorca?
Twee verschillende plekken met bijna dezelfde naam, en dat levert verwarring op in routeplanners. Deze Sa Mesquida hoort bij Maó op Menorca. Cala Mesquida op Mallorca ligt bij Capdepera, in het natuurpark van Llevant. Beide namen gaan terug op het Arabische woord voor moskee.
Waarom Sa Mesquida de rit waard is
Sa Mesquida belandt niet op de omslag van een reisgids, want daarvoor is het te ruw en te onopgesmukt. Juist daarom is het de moeite waard. Je krijgt hier in een half uur vanuit de stad een baai met driehonderd meter wit zand, een toren uit 1799 met een verhaal dat ouder is dan de toren zelf, herstelde duinen met een vlonderpad erover en een gehucht waar nog iemand zijn sloep het water in rijdt. Wie verder wil, loopt vanaf hier door naar Es Grau of rijdt in een half uur naar de zwarte vuurtoren van Favàritx.
Het beste plan is simpel. Check ’s ochtends de windrichting, en staat de wind uit het zuiden, rijd dan hierheen in plaats van naar de zuidkust. Parkeer voor tienen, steek het vlonderpad over, zwem aan de kant van Es Pa Gros waar het water het helderst is, en sluit af met een bord vis boven de baai. Hoe dit strand zich tot de rest van de kust verhoudt, lees je in ons overzicht van de mooiste stranden van Menorca. Menorca is een van de vier Balearen.
Op de kaart
Bronnen, alle geraadpleegd op 2 oktober 2026. Coördinaten, de contour van het strand, de twee gratis parkeerterreinen (circa tachtig plaatsen, zonder tarief) en de ligging van de toren: OpenStreetMap; de lengte van ongeveer driehonderd meter is op die contour nagemeten en komt overeen met menorca.org. Afstanden en rijtijden: eigen berekening met de routeplanner van OpenStreetMap (autoprofiel); de looptijd tussen de twee baaien is daarvan afgeleid op vijf kilometer per uur. Breedte van de baai, het fijne witte zand, de hoogte van Es Pa Gros, het eilandje sa Bateria Amagada en de ankerbeperking: menorca.org van de Consell Insular de Menorca. Reddingsbrigade als enige dienst op het zand, het herstelde duinsysteem en de tijdelijke lagune: descobreixmenorca.com van de Consell, aangevuld met het Spaanse inventaris van kustwetlands (humedalesdebaleares.es). Inwonertal (zevenenzestig, INE 2019) en het dorpsfeest in augustus: Spaanse Wikipedia. De invasie van 19 augustus 1781 tot 5 februari 1782 onder de hertog van Crillón: Engelse Wikipedia en consorciomilitarmenorca.com. Bouwjaar 1799, de elf kusttorens van 1798 tot 1802, de sloop van Sant Felip en Sant Antoni en de werpgang aan de westzijde: descobreixmenorca.com en caminosnaturales.es. Tramuntana en surfomstandigheden: gomenorca.com en blog.menorcalines.com. Buslijn L24: TMSA; de einddatum van 8 september 2025 komt uit onze eigen gids over de bus op Menorca. Herkomst van de naam uit het Arabische woord voor moskee: Catalaanse taalkundige bronnen. Watertemperaturen en de regels over honden: verplayas.com.



