Bijgewerkt op
De haven van Maó vanaf de oude stad, met de kades beneden en de noordoever aan de overkant. Foto: Américo Toledano, CC BY-SA 4.0 (Wikimedia Commons)
Maó, in het Spaans Mahón, is sinds 1722 de hoofdstad van Menorca en de zetel van de Consell Insular, het eilandbestuur. De stad ligt aan de oostkant van het eiland, op een klif boven het eind van een natuurlijke haven van ruim zes kilometer lang, een van de grootste van Europa. Beneden aan het water liggen de kades met restaurants en de gindistilleerderij Xoriguer, boven op de klif de oude stad met de kerk van Santa Maria en haar monumentale orgel uit 1810. In de haven zelf liggen eilandjes met een oud hospitaal, een quarantainestation en een van de grootste forten van Europa uit de negentiende eeuw.
In de achttiende eeuw was Menorca bij elkaar ruim zeventig jaar in Britse handen, en nergens zie je dat beter dan hier: aan de schuiframen, de erkers en de gin. Hieronder lees je wat je in Maó ziet, hoe de haven in elkaar zit, waar de verhalen over de mayonaise vandaan komen, waar je gin proeft en hoe je van het vliegveld of vanuit Ciutadella in de stad komt.
Waar Maó ligt en hoe je er komt
Het vliegveld van Menorca ligt ongeveer vierenhalve kilometer ten zuidwesten van de stad. Bus L10 brengt je het hele jaar in iets meer dan tien minuten naar het busstation van Maó, vlak bij de Plaça de s’Esplanada, voor 2,80 euro die je contant bij de chauffeur betaalt. Vanuit Ciutadella rijden L01 via Ferreries, Es Mercadal en Alaior en op werkdagen de sneldienst L14, die in ongeveer vijftig minuten zonder tussenstops rijdt; beide kosten 5,75 euro. Alle lijnen staan in de gids over de bus op Menorca.
Met de auto parkeer je het handigst buiten de oude stad en loop je het laatste stuk, want de straten boven de haven zijn smal en hellen flink. Veerboten vanuit Barcelona leggen aan in de haven zelf, en ook cruiseschepen meren hier het hele jaar aan. Maó heeft met zo’n 29.600 inwoners iets minder mensen dan Ciutadella, maar het is de stad waar het eiland wordt bestuurd.
De haven: ruim zes kilometer natuurlijke baai
De haven is de reden dat Maó hoofdstad werd, en de reden dat Britten, Fransen en Spanjaarden eeuwenlang om Menorca vochten. Een diepe, beschutte inham van ruim zes kilometer midden in de westelijke Middellandse Zee was voor elke vloot goud waard. Aan de zuidoever liggen Maó en het dorp Es Castell, allebei met een boulevard vol restaurants, bars en winkels. Aan de noordoever liggen een industriegebied, een elektriciteitscentrale, een militair terrein en, verder naar de monding, vakantiehuizen in kleine baaien als Cala Rata, Sa Bassa en Cala Llonga.
Bij Sa Bassa staat het huisje dat Venècia heet, letterlijk in het water gebouwd. Het werd bekend omdat de ouders van de Britse ondernemer Richard Branson er sinds de jaren zestig de concessie van hadden; de grond is van de staat, omdat het op het publieke kustdomein staat. Het mooiste zicht op al die verhalen krijg je vanaf het water: vanaf de kades vertrekken excursieboten, sommige met een glazen bodem, voor een rondvaart langs de eilandjes en forten.

De eilandjes en forten in de haven
In de haven liggen vier eilandjes. Het bekendste is de Illa del Rei, genoemd naar koning Alfons III, die hier in 1287 aan land ging om Menorca op de moslims te veroveren. In de Britse tijd bouwden de Engelsen er hun eerste hospitaal, waardoor het eilandje de bijnaam Bloody Island kreeg. Op het eilandje van ruim vier hectare liggen ook resten van een vroegchristelijke basiliek uit de zesde eeuw; het mozaïek dat er in 1888 werd gevonden, ligt nu in het Museu de Menorca. Sinds 2021 zit er een kunstgalerie van Hauser & Wirth, die je met een bootje vanaf de haven bereikt.
Het grootste eilandje is het Llatzeret, ooit het schiereiland van Sant Felip, dat een eiland werd toen het als quarantainestation werd ingericht. Het is nog altijd van het Spaanse ministerie van Volksgezondheid, dat er ambtenaren laat logeren en wetenschappelijke congressen houdt. Aan de noordkant van de monding ligt de Fortalesa de la Mola, officieel het fort Isabel II, tussen 1848 en 1875 gebouwd en een van de grootste Europese vestingwerken van de negentiende eeuw. Het diende als kazerne en gevangenis, en tijdens de Burgeroorlog en de dictatuur werden er veel republikeinen gefusilleerd. Nu kun je het fort overdag en ’s avonds met een gids bezoeken. Aan de zuidkant stond ooit het Castell de Sant Felip, dat na de Spaanse herovering van 1781 werd afgebroken.
De oude stad en het orgel van Santa Maria
Vanaf de kades klim je via trappen en hellingen naar de oude stad op de klif. Het middelpunt is de kerk van Santa Maria. Op die plek stond sinds de veertiende eeuw een gotische kerk, die bij de aanval van Barbarossa zwaar beschadigd raakte en in de achttiende eeuw door een blikseminslag verder verviel. De huidige kerk werd tussen 1748 en 1772 gebouwd, in de Britse tijd, met een neogotisch interieur van één schip naar een ontwerp van de Italiaan Giuseppe Chiesa.
Het beroemdste onderdeel is het orgel. De Zwitserse orgelbouwer Johann Kyburz, die in Barcelona woonde, bouwde het in 1809, en in 1810 werd het ingewijd. Het is vijftien meter hoog en negen meter breed, met vier klavieren en 3.006 pijpen, waarvan 197 van hout. In 1936, in de Burgeroorlog, raakte het beschadigd; Salvador Aragonès restaureerde het, op kosten van Ferran Rubió i Tudurí. Van mei tot oktober worden er traditioneel bijna dagelijks korte orgelconcerten gegeven; kijk ter plaatse voor de tijden. Een paar straten verderop staat Es Claustre, het klooster van het Carme, tussen 1750 en 1808 gebouwd voor de karmelieten en later rechtbank en gevangenis. Op de benedenverdieping staan al meer dan een eeuw de kramen met vlees, fruit en groente van het eiland, en in de patio worden in voorjaar en zomer concerten en voorstellingen gehouden. In het Museu de Menorca zie je onder meer het mozaïek van de Illa del Rei.

De Britse tijd, en het verhaal van de mayonaise
Tussen 1708 en 1802 was Menorca drie keer Brits, bij elkaar ruim zeventig jaar: van 1756 tot 1763 hadden de Fransen het eiland, en van 1782 tot 1798 de Spanjaarden. In 1722 verplaatsten de Britten de hoofdstad van Ciutadella naar Maó, vanwege de haven. Die tijd zie je nog overal: aan de schuiframen en de erkers van de huizen, aan woorden in het Menorcaans die uit het Engels komen, zoals boínder voor een erker, van bow window, en xoc voor krijt, van chalk, en aan de gin, die volgens het bekende verhaal voor de Britse soldaten en matrozen werd gestookt.
Aan de Franse periode hangt het bekendste verhaal van de stad: dat de mayonaise uit Maó zou komen. Over de herkomst van de saus bestaat al meer dan een eeuw discussie. Sommigen denken dat hij in Maó ontstond, anderen dat de Fransen hem naar de stad noemden als eerbetoon aan hun overwinning in de slag om Menorca in 1756, en de eerste gepubliceerde recepten zijn Frans. In Spanje heet de saus nog altijd ook mahonesa. Meer over de taal en de gewoonten van het eiland lees je in de praktische tips voor Menorca.
Gin en pomada: Xoriguer aan de haven
Aan de kade staat de distilleerderij van Xoriguer, het merk dat in 1945 werd opgericht door Miguel Pons Justo en dat de Menorcaanse gin maakt waaraan de Britse tijd ten grondslag ligt. De winkel aan de haven is ook de ingang van de distilleerderij. Je kunt er een rondleiding door de distilleerderij boeken, met aan het eind een gratis proeverij; reserveer die vooraf via de website. Er is ook een winkel in het centrum.
Met die gin maak je het drankje van de Menorcaanse dorpsfeesten: de pomada, gin met limonade, heel koud gedronken maar zonder ijs, en op de zomerfeesten van elke gemeente te krijgen. De naam pomada is jong: hij stamt uit de laatste decennia van de twintigste eeuw en werd groot doordat Xoriguer het drankje zo op de markt bracht. In Ciutadella zeggen ze nog gewoon gin amb llimonada, en een ginet is daar een glaasje gin zonder iets erbij.

Eten, drinken en de avond
De meeste restaurants van Maó liggen beneden aan de kades, waar je ’s avonds met uitzicht op het water eet. In de oude stad zijn het vaker kleine zaken en tapasbars. Voor een modern Menorcaans adres is Ses Forquilles een goed begin, en meer adressen op het eiland staan bij de restaurants op Menorca. Wat er ’s avonds te doen is, van bars aan de haven tot clubs, lees je in de gids over uitgaan in Maó.
Es Castell en de omgeving van Maó
Aan de zuidoever van de haven ligt Es Castell, dat in de Britse tijd vanaf 1771 Georgetown heette, naar koning George III, met het haventje van Cales Fonts. Bus L02 rijdt er op werkdagen ongeveer elke 35 minuten naartoe, voor 1,75 euro. Ten zuiden van de stad liggen Sant Lluís, Sant Climent en het witte Binibeca.
Naar het noorden rijdt Autos Fornells: L23 in een kwartier naar Es Grau, aan de rand van het natuurpark s’Albufera des Grau, voor 1,70 euro, en L43 naar de vuurtoren van Favàritx. Vanuit Maó begint ook het wandelpad Camí de Cavalls, dat in twintig etappes rond het hele eiland loopt. De andere kant van het eiland, met de oude hoofdstad, lees je in de gids over Ciutadella.
Op de dorpenkaart van Menorca zie je Maó samen met alle andere dorpen van het eiland.
Veelgestelde vragen
Is Maó de hoofdstad van Menorca?
Ja, sinds 1722, toen de Britten de hoofdstad van Ciutadella naar Maó verplaatsten vanwege de haven. Maó is ook de zetel van de Consell Insular, al heeft Ciutadella iets meer inwoners.
Wat is het verschil tussen Maó en Mahón?
Het is dezelfde stad: Maó is de Catalaanse naam, Mahón de Spaanse. Sinds december 2021 is Maó weer de enige officiële naam.
Hoe groot is de haven van Maó?
De natuurlijke haven is ruim zes kilometer lang en een van de grootste van Europa. In de haven liggen vier eilandjes.
Komt mayonaise echt uit Maó?
Dat is niet zeker. Sommigen denken dat de saus in Maó ontstond, anderen dat de Fransen hem naar de stad noemden na hun overwinning in de slag om Menorca in 1756. In Spanje heet hij ook mahonesa.
Hoe kom je van het vliegveld naar Maó?
Met bus L10, die het hele jaar in iets meer dan tien minuten naar het busstation rijdt, voor 2,80 euro contant bij de chauffeur. Het vliegveld ligt ongeveer vierenhalve kilometer van de stad.
Kun je de gindistilleerderij Xoriguer bezoeken?
Ja, de winkel aan de haven is ook de ingang van de distilleerderij. Een rondleiding met proeverij reserveer je vooraf via de website van Xoriguer.
Hoeveel tijd heb je nodig voor Maó?
Voor de oude stad, de kerk van Santa Maria en een wandeling langs de kades een halve dag. Met een rondvaart door de haven, een bezoek aan de Fortalesa de la Mola of de Illa del Rei vul je een hele dag.
Even buiten de stad zit het wijngoed Bodegas Binifadet, en bij Es Castell het finca-restaurant Sant Joan de Binissaida.
Bronnen (geraadpleegd september 2026): Viquipèdia over Maó (naam, inwoners), de haven van Maó (eilandjes, Venècia, Sant Felip), de Illa del Rei, de Fortalesa de la Mola en de kerk van Santa Maria; Wikipedia over de haven van Mahón (lengte) en de mayonaise; Viquipèdia over het menorquí, de pomada, Es Claustre en Es Castell; Wikipedia over het vliegveld; Xoriguer over de oprichting en de rondleidingen; busgegevens volgens Mou-T en de busbedrijven, zoals ze in september 2026 online stonden.



