Gepubliceerd op
De baai is bijna helemaal rond en de opening naar zee meet nog geen tweehonderd meter. Foto: Travelinho via Wikimedia Commons (CC BY-SA 4.0)
Arenal d’en Castell ligt aan de noordkust van Menorca, in de gemeente es Mercadal, en is een van de weinige echte zandstranden van die hele kust. Het bijzondere zit in de vorm. De baai is bijna helemaal rond, ongeveer vierhonderdvijftig meter breed en bijna vierhonderd meter diep, en de opening naar zee is nog geen tweehonderd meter. Daarbinnen ligt een gele zandboog van ruim zeshonderd meter waar je tientallen meters ver het water in kunt lopen voordat het tot je middel komt. Dat maakt het een van de rustigste zwemplekken van het noorden en meteen een van de drukste, want gezinnen weten de baai te vinden. Rijden doe je 20,9 kilometer vanaf Maó en 24,8 kilometer vanaf het vliegveld. Hieronder lees je hoe de baai ligt, waarom het water er zo lang ondiep blijft, wanneer het er toch onrustig is, wat er staat en wanneer je het beste gaat.
Een baai die bijna helemaal rond is
De noordkust van Menorca is grotendeels rots. Tussen de kaap van Favàritx en het schiereiland van Fornells loopt een kust van kliffen, keienstrandjes en inhammen waar je nauwelijks een handdoek kwijt kunt, en daarin zit Arenal d’en Castell als een uitzondering. De zee heeft hier een ronde kom uit het land gevreten en die kom aan de bovenkant bijna weer dichtgetrokken. Binnenin is het van oever tot oever ruim vierhonderd meter, maar de doorgang naar open zee tussen de twee rotskoppen meet nog geen tweehonderd meter. Op de kaart lijkt het daardoor meer op een meer met een smalle hals dan op een baai.
Die vorm bepaalt alles aan deze plek. Golven uit het noorden moeten eerst door die nauwe mond, verliezen daar hun kracht en rollen binnen als een flauwe deining uit. De zuidrand van de kom is in duizenden jaren volgelopen met zand dat niet meer weg kan, en dat loopt zo traag af dat je op een windstille ochtend het water als een zwembad voor je hebt liggen. Aan weerszijden eindigt het strand tegen lage rotskoppen met pijnbomen erop, met daarachter de bebouwing.
Het zand is geel en fijn, wat op Menorca vaker voorkomt in het zuiden dan in het noorden, waar stranden eerder rossig of grofkorrelig zijn. De zandstrook meet ruim zeshonderd meter langs de waterlijn. Hoe breed het strand is, hangt ervan af wat je meetelt: officiële opgaven houden het op twintig tot vijfentwintig meter bruikbaar zand, terwijl de hele zandvlakte tot aan de begroeiing gemiddeld ruim veertig meter diep is. Genoeg ruimte dus voor een gewone drukke dag, en te weinig in de eerste helft van augustus.

Waarom het water hier zo lang ondiep blijft
Dit is de reden dat ouders met kleine kinderen hier terugkomen. De bodem loopt vanaf de waterlijn heel geleidelijk af, zodat je een flink eind de baai in kunt waden voordat het water je tot het middel komt, en op rustige dagen staat er aan de rand nauwelijks golfslag. Het water is helder genoeg om de bodem te zien liggen, met lichte zandbanken en verder naar buiten donkere plekken zeegras.
Dat zeegras is geen vuil maar precies de reden dat het water hier zo doorzichtig is. De velden vangen slib op en houden het zand op zijn plek, en in het najaar spoelt er een bruine rand van aan die in het seizoen wordt weggehaald. Wie wil snorkelen zoekt de rotsen aan de oost- of de westkant van de baai op, want daar zit de begroeiing waar de vis tussen hangt, terwijl het midden van de kom vooral zand is. Hoe dat op de rest van het eiland zit, staat in onze gids over snorkelen op Menorca.
Hoe Arenal d’en Castell werd wat het nu is
Tot ver in de twintigste eeuw was dit een lege baai. De landerijen eromheen waren eigendom van de familie Saura, en hoewel stranden in Spanje altijd openbaar zijn geweest, lag deze zo ingesloten tussen privégrond dat hij in de praktijk als privéstrand functioneerde. Pas toen Santiago Saura de grond verkocht, kwam de baai open te liggen voor iedereen, en daarmee ook voor de bouwers.
Begin jaren zeventig ging de schop in de grond, en in 1974 opende hier een groot hotel dat pal op het duinsysteem achter het strand werd neergezet. Dat geldt achteraf als een van de hardere ingrepen van de Menorcaanse bouwgolf. In de decennia daarna groeiden er twee urbanisaties uit, de ene over de westelijke heuvel en de andere over de oostelijke, allebei witte rijen appartementen en vakantiehuizen die naar de baai toe aflopen, met de grootste hotelblokken hoog op de koppen.
Voor hoe de baai er oorspronkelijk uitzag bestaat een treffende vergelijking: dit was de Cala Galdana van het noorden, een even mooie natuurlijke kom die hetzelfde lot kreeg als zijn tegenhanger aan de zuidkust. Lelijk is het er daarom niet, want de bebouwing ligt op de heuvels en niet op het zand en de rotspunten zijn groen gebleven. Maar wie verwacht dat een noordkustbaai op Menorca per definitie leeg en wild is, moet weten dat dit er geen is.

De rode vlag en de tramuntana
Het strand heeft in het seizoen een reddingsbrigade en werkt met het gebruikelijke vlaggensysteem, en dat is hier geen formaliteit. Zodra de tramuntana aanzet, de koude noordenwind die op Menorca vaak dagenlang doorstaat, komt de deining precies door de mond naar binnen. Dan rolt er golfslag tot op het zand, kleurt het water troebel van het opgewoelde zand en gaat de rode vlag omhoog. Dat kan ook op een zomerse dag met een strakblauwe lucht gebeuren, want de wind heeft geen slecht weer nodig.
Kijk dus de windrichting na voordat je hiernaartoe rijdt. Waait het uit het noorden of noordwesten, dan zit je aan de zuidkust beter; waait het uit het zuiden, dan ligt deze baai er juist prachtig bij terwijl de zuidkust er last van heeft. Dat is de klassieke Menorcaanse rekensom, en op geen enkel noordstrand merk je hem zo duidelijk als hier.
Een blauwe vlag voert het strand niet. In 2026 hingen er op heel Menorca nog maar vier, bij Son Bou en Cala en Porter in Alaior en bij Binibèquer Nou en Punta Prima in Sant Lluís. Dat zegt weinig over de waterkwaliteit hier en alles over het feit dat steeds minder gemeentes de jaarlijkse keuring aanvragen. Toezicht, douches, toiletten en een toegankelijke afgang naar het zand zijn er gewoon.




Schuif opzij voor meer foto’s. Van de branding op de rotspunten tot de rode vlag, het lege strand bij schemer en het vlonderpad erheen. Foto’s: Discasto (CC BY-SA 4.0) en RafelJuan (CC BY-SA 3.0) via Wikimedia Commons
Wat er aan het strand te vinden is
Dit is geen baai waar je zelf water en brood naartoe moet dragen. Achter het zand liggen douches, openbare toiletten en afvalbakken, en er zijn ligbedden en parasols te huur. Aan beide uiteinden staan strandtenten en terrassen, waaronder een bar en restaurant pal boven het zand aan de westkant. Aan de oostkant zit Viva La Pepa, een strandrestaurant met een terras op zee waar je het laatste licht over de baai meekrijgt, en dat is de plek waar de meeste mensen hun dag afsluiten. Verder langs de kom vind je een beachclub, een restaurant met uitzicht hoog op de westkant en een paar eenvoudige adressen voor een dagmenu.
Boodschappen doen kan ook, want er staan meerdere supermarkten in de urbanisatie, waarvan er een elke dag van acht uur ’s ochtends tot kwart over tien ’s avonds open is, en er is een apotheek op loopafstand. Er is kajak- en supverhuur, met een vaarzone die met gele boeien is afgebakend zodat het zwemgedeelte vrij blijft. In de zomer liggen er bootjes en zeilschepen voor anker midden in de kom, wat de baai het aanzien van een natuurlijke haven geeft.
Slapen doe je in hotels en appartementen die vrijwel allemaal uit de toeristische bouwperiode stammen: een clubhotel op de oostelijke heuvel, een beachclubresort aan de westkant, appartementencomplexen over de hellingen en een viersterrenhotel iets verderop bij ses Coves Noves. Welk deel van het eiland bij jouw vakantie past, staat in onze gids over overnachten op Menorca.
Hoe kom je er en waar parkeer je?
Met de auto rijd je vanaf Maó de Me-7 richting Fornells op en sla je na een kilometer of twintig rechtsaf naar Addaia en Arenal d’en Castell. Vanaf Maó is het 20,9 kilometer en zevenentwintig minuten, vanaf het vliegveld 24,8 kilometer en een kleine tweeëndertig minuten, en vanaf Ciutadella 41,7 kilometer en ongeveer drie kwartier. Alaior ligt op 12,7 kilometer en es Mercadal op 17,9 kilometer, want die weg loopt via het binnenland. Een huurauto is aan deze kant van het eiland echt handig.
Parkeren is gratis, en dat blijft op Menorca bijzonder. Aan de westkant liggen meerdere terreinen en straatstroken zonder betaalautomaat, aan de oostkant zijn er plekken bij de hotels en langs de toegangswegen. Wat er niet is, is een groot centraal terrein vlak achter het zand, dus in juli en augustus kom je uit in de straten van de urbanisatie en loop je het laatste stuk. Kom je voor half elf, dan merk je daar weinig van. Hoe het elders geregeld is, lees je in onze gids over parkeren op Menorca.
Zonder auto kan ook. Autos Fornells rijdt lijn L41 van Maó via Arenal d’en Castell en Son Parc naar Fornells, voor 3,45 euro vanaf Maó, met een overdekte halte bij het clubhotel aan de oostkant. Betalen doe je contant in de bus en het liefst gepast, en buiten het zomerseizoen dunt de dienst flink uit. Alle tijden en tarieven staan in onze gids over de bus op Menorca.
Lopen vanaf de baai over het Camí de Cavalls
Arenal d’en Castell is een officieel begin- en eindpunt van het Camí de Cavalls, het pad dat in twintig etappes om het hele eiland loopt. De etappe die hier eindigt, komt met 13,5 kilometer vanaf de vuurtoren van Favàritx over de wildste rotskust van het noordoosten en is een van de mooiste dagwandelingen van het eiland. De etappe die hier begint, loopt in 10,5 kilometer naar Cala Tirant bij Fornells.
Wie korter wil, heeft aan deze baai een prima vertrekpunt. Naar het buurgehucht ses Coves Noves is het ruim twee kilometer over de kust, een half uurtje, en naar het witte gehucht na Macaret bijna vier kilometer, zeg een uur. Naar de rotspunt Punta Grossa in het noordoosten is het ongeveer hetzelfde. Het grote zandstrand van Son Saura del Nord bij Son Parc ligt ruim zes kilometer verderop langs de kust, goed voor anderhalf uur lopen, terwijl je er met de auto in dertien minuten bent. Al die stukken lopen over onverhard pad zonder kraan of kiosk, dus neem water mee.
Wat er in de buurt ligt
De omgeving is afwisselender dan een volgebouwd stuk kust doet vermoeden. Op nog geen vier kilometer ligt de Port d’Addaia, een lange natuurlijke zeearm met een jachthaventje erin, en daartussenin na Macaret, een piepklein wit gehucht met een strandje waar het water net zo rustig is als hier. Naar het westen rijd je in dertien minuten naar Son Parc, met de golfbaan van Son Parc, het brede strand van Son Saura del Nord en een van de grootste duingebieden van Menorca.
Wil je verder, dan is het twintig minuten naar Fornells, het witte vissersdorp van de kreeftstoof, en een kwartier verder liggen de rode zandstranden van Cavalleria en Cala Pregonda. Landinwaarts ligt es Mercadal, de gemeente waar Arenal d’en Castell onder valt, aan de voet van Monte Toro. Een goede uitvalsbasis dus voor wie het noorden wil zien zonder elke dag een uur te rijden.
Wanneer kun je het beste naar Arenal d’en Castell?
Juni en september zijn de beste maanden. Het water is dan warm genoeg om er lang in te blijven, de terrassen zijn open, de bus rijdt en het strand is ruim genoeg om een eigen plek te hebben. September heeft bovendien het warmste zeewater van het jaar, want de zee loopt achter op de lucht. Mei is aangenaam om te wandelen maar het water is dan nog fris, en oktober is wisselvallig, met prachtige stille dagen afgewisseld door dagen waarop de tramuntana de baai op zijn kop zet.
Juli en augustus zijn schitterend van weer en echt druk. De ondiepte waar deze baai om bekendstaat is dan afgeladen met gezinnen, de straten staan vol auto’s en voor een ligbed moet je vroeg zijn. Ga je toch in die maanden, kom dan voor tienen of pas na vieren, want de late middag is hier vaak het mooiste moment: het licht wordt zachter, de wind gaat liggen en het water trekt glad. In de winter is het een stil dorp met luiken voor de ramen en een leeg strand dat een wandeling waard is. Hoe de maanden zich op het hele eiland tot elkaar verhouden, staat in onze gids over de beste reistijd voor Menorca.
| Vanaf Arenal d’en Castell | Afstand | Reistijd |
|---|---|---|
| Na Macaret | 2,8 km | 5 minuten rijden |
| Port d’Addaia | 3,6 km | 7 minuten rijden |
| Son Parc | 5,2 km | 13 minuten rijden |
| Alaior | 12,7 km | 19 minuten rijden |
| Fornells | 15,3 km | 20 minuten rijden |
| Maó | 20,9 km | 27 minuten rijden |
| Vliegveld Menorca (MAH) | 24,8 km | 32 minuten rijden |
| Ciutadella | 41,7 km | 49 minuten rijden |
Op de strandenkaart van Menorca zie je Arenal d’en Castell samen met alle andere stranden van het eiland.
Veelgestelde vragen over Arenal d’en Castell
Is Arenal d’en Castell geschikt voor kinderen?
Ja, en daar staat de baai om bekend. De kom is bijna rond met een opening van nog geen tweehonderd meter, zodat er weinig golfslag binnenkomt, en het water loopt vanaf het zand heel geleidelijk af. Er zijn douches, toiletten, ligbedden, strandtenten en in het seizoen een reddingsbrigade.
Wat kost parkeren bij Arenal d’en Castell?
Niets. Aan weerszijden van de baai liggen gratis terreinen en straatstroken zonder betaalautomaat. Er is geen groot centraal terrein pal achter het zand, dus in juli en augustus parkeer je in de straten en loop je het laatste stuk.
Rijdt er een bus naar Arenal d’en Castell?
Ja. Autos Fornells rijdt lijn L41 van Maó via Arenal d’en Castell en Son Parc naar Fornells, voor 3,45 euro vanaf Maó, met een overdekte halte bij het clubhotel aan de oostkant. Je betaalt contant in de bus, en buiten het zomerseizoen rijdt er minder.
Hoe groot is het strand van Arenal d’en Castell?
De zandboog meet ruim zeshonderd meter langs de waterlijn en twintig tot vijfentwintig meter bruikbaar zand, of ruim veertig meter als je de hele zandvlakte tot aan de begroeiing meerekent. De baai zelf is ongeveer vierhonderdvijftig meter breed.
Waarom staat er soms een rode vlag?
Omdat de baai pal op het noorden kijkt. Als de tramuntana aanzet, komt de deining door de smalle mond naar binnen en wordt het water troebel van opgewoeld zand. Dat gebeurt ook bij strakblauwe lucht, dus kies bij noordenwind een strand aan de zuidkust.
Heeft Arenal d’en Castell een blauwe vlag?
Nee. In 2026 hadden op heel Menorca nog maar vier stranden die vlag: Son Bou, Cala en Porter, Binibèquer Nou en Punta Prima. Het strand heeft wel toezicht in het seizoen, plus douches, toiletten en een toegankelijke afgang.
Kun je vanaf Arenal d’en Castell naar Son Parc lopen?
Ja, over het Camí de Cavalls: ruim zes kilometer langs de kust naar Son Saura del Nord, ongeveer anderhalf uur. Met de auto ben je er in dertien minuten. Onderweg is er geen kraan of kiosk, dus neem water mee.
Hoe ver is Arenal d’en Castell van het vliegveld?
24,8 kilometer, ongeveer tweeëndertig minuten rijden. Vanaf Maó is het 20,9 kilometer, vanaf Ciutadella 41,7 kilometer en vanaf Alaior 12,7 kilometer.
Op de kaart
Meer aan deze kant van het eiland: het strandrestaurant Viva La Pepa aan de oostkant van de baai, het vissersdorp Fornells en de vuurtoren van Favàritx. Met kinderen op pad? Lees dan ook Menorca met kinderen en ons overzicht van de mooiste stranden van Menorca. Alles over het eiland staat in onze Menorca reisgids, en Menorca is een van de vier Balearen.
Bronnen: afstanden en rijtijden zijn eigen berekeningen met de routeplanner van OpenStreetMap (autoprofiel) op 2 oktober 2026; de looptijden zijn zelf omgerekend uit de gemeten loopafstanden op vier kilometer per uur, omdat het voetprofiel van die planner onrealistisch korte tijden teruggeeft. Afmetingen van baai en strand: eigen meting op de strand- en baaicontour in OpenStreetMap (waterlijn ruim 600 meter, baaimond 186 meter, kom ongeveer 450 bij 390 meter), naast de opgaven van visitmenorca.com (650 bij 20 meter) en de Spaanse Wikipedia (660 bij 25 meter). Ligging, gemeente, het gele zand, het semi-stedelijke karakter en de reddingsbrigade: Catalaanse Wikipedia en menorca.es van de Consell Insular de Menorca. De familie Saura en de verkoop van de grond: Spaanse Wikipedia; het hotel uit 1974 op het duinsysteem en de vergelijking met Cala Galdana: descobreixmenorca.com. Blauwe vlaggen 2026: menorca.info, 5 mei 2026. Voorzieningen, parkeerterreinen, supermarkten, apotheek, restaurants, hotels en de bushalte: OpenStreetMap. Alles geraadpleegd op 2 oktober 2026. Buslijn L41 en etappes 3 en 4 van het Camí de Cavalls: onze eigen gidsen over de bus op Menorca en het Camí de Cavalls.



