Gepubliceerd op
Cala Mitjana aan de zuidkust: kalksteen, wit zand en het licht dat tot op de bodem komt. Foto: Ben Salter from Wales, CC BY 2.0, via Wikimedia Commons
Snorkelen op Menorca is bijna overal de moeite waard, maar de kust waar je het op een gegeven dag moet doen, wordt bepaald door de wind. Het eiland heeft twee zeereservaten: dat van de noordkust bestaat sinds 1999 en dat rond Illa de l’Aire in het zuidoosten sinds 2019, goed voor 719 hectare beschermde zee. Bovendien is heel Menorca sinds 1993 een biosfeerreservaat van UNESCO, en dat merk je onder water. Hieronder staat hoe je met één blik op de windrichting de juiste kust kiest, welke baaien echt de moeite zijn, wat er in de reservaten wel en niet mag, en wat je onder water tegenkomt.
De windregel: noord of zuid?
Dit is het enige dat je echt hoeft te onthouden. Menorca ligt open voor de tramuntana, de noordenwind, en die bepaalt of het water troebel of spiegelglad is. Staat er noordenwind, dan rolt er aan de noordkust een korte, harde golfslag die zand en algen opwervelt, en dan is snorkelen daar zinloos. Rijd dan naar de zuidkust, waar je in de luwte ligt en vaak tien tot vijftien meter ver kijkt. Draait de wind naar het zuiden, wat in de zomer regelmatig gebeurt, dan geldt precies het omgekeerde en wordt de noordkust de heldere kant.
Omdat het eiland op zijn breedst maar zo’n vijftig kilometer meet, kost die overstap je hooguit drie kwartier rijden. Kijk dus ’s ochtends naar de windrichting voordat je je spullen inpakt, en niet naar de foto’s van gisteren. Na een paar dagen aanhoudende wind blijft het water aan de loefzijde ook troebel als de wind gaat liggen, dus geef het een dag.
Het zeereservaat van de noordkust
Sinds 1999 is een flink deel van de noordkust beschermd gebied. Het reservaat strekt zich uit tussen es Cap Gros, het eilandje Illa des Porros en punta des Morter, en het is niet overal even streng. Er is een integraal deel, tussen Pla de Mar en Cala Barril, waar elke vorm van vissen en het verzamelen van planten en dieren verboden is. In een deel van de baai van Fornells geldt een bijzondere beschermingszone waar alleen beroepsvissers mogen werken. In de rest van het reservaat mag onder voorwaarden gevist worden.
Voor snorkelaars is dat goed nieuws, want een kust waar jarenlang niet of nauwelijks gevist is, zit voller en heeft grotere vissen. Het verschil tussen een baai in het reservaat en een drukbeviste baai daarbuiten is met een snorkel op meteen te zien. Zwemmen en snorkelen zijn in het reservaat gewoon toegestaan; wat niet mag is meenemen, vangen of losmaken, en dat geldt voor schelpen en stenen net zo goed als voor vis.

De beste snorkelplekken aan de noordkust
Cala Pregonda is de bekendste, en terecht. Het gesteente is er van vulkanische oorsprong en geelrood van kleur, er liggen rotseilandjes vlak voor de kust, en het water is er ondiep en beschut. Je moet er wel een kilometer of anderhalf voor lopen vanaf Binimel·là, wat meteen de reden is dat het er nooit echt druk wordt. Neem water mee, want er is niets.
Platja de Cavalleria ligt verderop naar het oosten, met roodachtig zand en rotspartijen aan beide uiteinden waar het leven zit. Het strand zelf is open en vangt de tramuntana vol, dus dit is een plek voor een dag met zuidenwind. Aan de oostkant van het reservaat ligt de baai van Fornells, een langgerekt bassin dat bijna helemaal van zee is afgesloten. Daar is het water altijd kalm, vrij ondiep en warm, wat het een van de weinige plekken maakt waar je ook met kinderen kunt snorkelen als het buiten spookt.
Verder naar het zuidoosten, buiten het reservaat, ligt Es Grau met voor de kust het eilandje Illa d’en Colom. Die hoort bij het natuurpark s’Albufera des Grau, de kern van het biosfeerreservaat, en in de zomer varen er bootjes naartoe. Het water is er ondiep en zanderig met posidoniavelden, dus je ziet er eerder veel kleine vis dan spectaculaire rotsen.
De zuidkust: kalksteen, ravijnen en helder water
De zuidkust is van lichte kalksteen en de baaien liggen op de monden van ravijnen. Dat levert precies de combinatie op waar snorkelaars naar zoeken: wit zand dat het licht weerkaatst, rotswanden aan beide kanten en beschutting tegen de noordenwind.
Cala Macarella en het kleinere Macarelleta ernaast zijn de beroemdste, met een rotspunt tussen beide in waar de vis rondhangt. Cala en Turqueta is vergelijkbaar maar iets rustiger, en Cala Mitjana bij Cala Galdana heeft aan de linkerkant een wand met kleine grotten op waterniveau. Wie liever vanaf een plek met voorzieningen het water in gaat, kan terecht in Cala Galdana zelf of in Cala en Porter, al is het daar drukker en dus woeliger.
Een tip die vaak wordt overgeslagen: snorkel langs de zijkanten van een baai, niet in het midden. In het midden ligt zand en zie je niets. Alle beweging zit op de overgang van rots naar zand, op twee tot vier meter diepte, en juist daar hoef je nooit ver van de kant.

Illa de l’Aire: het jongste reservaat
Op zo’n anderhalve kilometer voor de zuidoostpunt van het eiland, bij Punta Prima, ligt het onbewoonde eilandje Illa de l’Aire met zijn zwart-wit gestreepte vuurtoren. Sinds 2019 is het water eromheen beschermd als zeereservaat: 719,31 hectare, van Punta des Xoriguer tot Punta de Rafalet, inclusief het eilandje zelf van ongeveer 45 hectare. Daarvan is 454 hectare aangewezen als bijzondere duikzone.
Het eilandje zelf mag je niet betreden, maar het water aan de kust tegenover is vanaf Punta Prima en s’Algar goed te snorkelen, met rotsplateaus die geleidelijk aflopen. Omdat het reservaat nog jong is, zie je hier het herstel in werking: het soort plek waar je over vijf jaar terug wilt komen om het verschil te zien.
Wat je onder water ziet
Het vaste gezelschap bestaat uit salpa’s, zilverachtige vissen met gouden lengtestrepen die in groepen de posidoniavelden afgrazen, en daarnaast zadelzeebrasems, sargo’s en zwermen kleine bokvisjes. Tussen de rotsen leven kleurige lipvissen, de donkere zwaluwstaartvis en met wat geluk een octopus die zich in een spleet heeft teruggetrokken en je met één oog aankijkt. Op het zand woelen mullen de bodem om, en in de schaduw van overhangend gesteente hangen schorpioenvissen doodstil.
De posidoniavelden zijn geen wier maar een zeegras met wortels, bloemen en zaden, en ze zijn de reden dat het water hier zo helder is: ze leggen sediment vast en geven zuurstof af. In de Balearen zijn ze wettelijk beschermd, en dat merk je aan de ankerregels voor boten. Als snorkelaar hoef je er alleen om te denken dat je er niet op gaat staan.
Eén dier verdient een aparte waarschuwing. De grote steekmossel, een schelp die rechtop in het zeegras staat en een halve meter hoog kan worden, is sinds een ziekte die in 2016 uitbrak vrijwel verdwenen: in Spanje stierf zo’n 99 procent van de populatie en sinds 2019 geldt de soort bij de IUCN als ernstig bedreigd. Zie je er een die nog leeft, blijf er dan met je handen en je vinnen vandaan.
Veilig snorkelen: boten, zee-egels en kwallen
Het grootste risico op Menorca is niet een dier maar een boot. In de zomer liggen er in de zuidelijke baaien veel bootjes voor anker, en een snorkelaar met het gezicht in het water is van bovenaf nauwelijks te zien. Blijf binnen de boeienlijn waar die er ligt, of snorkel dicht langs de rotsen waar geen boot komt. Een felgekleurde boei op een lijntje is geen overdreven luxe.
Zee-egels zitten op de rotsen net onder de waterlijn, precies waar je het water in stapt. Zwemschoenen lossen dat op. Kwallen komen voor, meestal in warme, windstille perioden en vaker aan de kust waar de wind op staat; dat is dezelfde windregel als hierboven, maar dan andersom. Verder geldt het gewone verhaal: ga niet alleen, let op aflandige wind die je ongemerkt van de kust af duwt, en houd in de ravijnbaaien rekening met een stroming die naar buiten trekt als het hard waait.







Schuif opzij voor meer foto’s. Van de baaien aan beide kusten tot wat er onder de waterlijn leeft. Foto’s via Wikimedia Commons, makers in de bronnenregel
Wanneer is snorkelen op Menorca het best?
Van eind mei tot en met oktober. In juni is het water rond de twintig graden en al goed te doen, in augustus en september is het op zijn warmst, en oktober is vaak de beste maand van allemaal: het water houdt de zomerwarmte vast, de drukte is weg en de zee is na een rustige nazomer helder. Daarbuiten kan het water zo’n veertien tot zestien graden zijn, waarvoor je een pak nodig hebt. Hoe het weer en het zeewater per maand liggen, staat in de beste reistijd voor Menorca, en op elke strandpagina van dit eiland staat bovendien de actuele zeewatertemperatuur.
Veelgestelde vragen over snorkelen op Menorca
Waar kun je het beste snorkelen op Menorca?
Aan de zuidkust bij Cala Macarella, Cala en Turqueta en Cala Mitjana, en aan de noordkust bij Cala Pregonda en in de baai van Fornells. Welke kust op een dag het helderst is, hangt af van de wind: bij noordenwind kies je zuid, bij zuidenwind noord.
Heeft Menorca zeereservaten?
Ja, twee. Het reservaat van de noordkust bestaat sinds 1999 en loopt tussen es Cap Gros, Illa des Porros en punta des Morter, met een integraal deel tussen Pla de Mar en Cala Barril waar niets gevangen of verzameld mag worden. Rond Illa de l’Aire in het zuidoosten geldt sinds 2019 een reservaat van 719,31 hectare.
Mag je snorkelen in een zeereservaat op Menorca?
Ja, zwemmen en snorkelen zijn toegestaan. Wat niet mag is vangen, verzamelen of meenemen, en dat geldt in het integrale deel voor alle planten en dieren. Duiken met fles kent eigen regels en in sommige zones een vergunningplicht.
Wanneer is het water op Menorca het helderst?
Aan de kust die uit de wind ligt, en na een paar rustige dagen. Oktober is vaak de helderste maand, omdat de zee dan nog warm is en de zomerdrukte voorbij. Na aanhoudende wind blijft de loefzijde nog een dag troebel.
Wat zie je onder water op Menorca?
Salpa’s boven de posidoniavelden, zadelzeebrasems, sargo’s, lipvissen en zwaluwstaartvissen tussen de rotsen, mullen op het zand en met geluk een octopus. In het noordelijke reservaat zijn de vissen merkbaar groter en talrijker dan daarbuiten.
Is snorkelen op Menorca geschikt voor kinderen?
In de baai van Fornells en bij Es Grau wel: het water is er ondiep, kalm en warm, en er komen nauwelijks golven binnen. In de open baaien van de noordkust is dat bij wind niet het geval.
Meer van dit eiland staat in ons overzicht van de mooiste stranden van Menorca en in wandelen op Menorca, want veel snorkelbaaien bereik je het makkelijkst te voet over de Camí de Cavalls. Op de andere eilanden kun je terecht bij snorkelen op Ibiza en snorkelen op Mallorca. Menorca is een van de vier Balearen.
Bronnen: de zones en de begrenzing van de Reserva Marina del Nord de Menorca komen van de Consell Insular de Menorca, geraadpleegd 24 september 2026; het oprichtingsjaar 1999 is vastgelegd in het Balearisch staatsblad van 24 juni 1999. De oppervlakte van 719,31 hectare van de Reserva Marina de la Illa de l’Aire, de begrenzing van Punta des Xoriguer tot Punta de Rafalet, het oprichtingsjaar 2019 en de duikzone van 454 hectare komen uit de berichtgeving over het besluit van het Govern van april 2019. De status van Menorca als biosfeerreservaat van UNESCO sinds 1993 en de rol van s’Albufera des Grau als kern daarvan zijn eerder vastgesteld voor onze pagina over dat natuurpark. De sterfte van 99 procent onder de grote steekmossel sinds 2016 en de IUCN-status sinds 2019 zijn eerder vastgesteld voor onze pagina over snorkelen op Ibiza. Zeewatertemperaturen komen uit het Copernicus Marine-model via Open-Meteo. Foto’s: Wikimedia Commons, van Ben Salter from Wales (CC BY 2.0), Karim saari (CC BY 4.0), Wusel007 (CC BY-SA 3.0), Javier Casado Tirado (CC BY-SA 3.0), MontanNito (CC BY-SA 3.0), Josefito123 (CC BY-SA 4.0), Diego Delso (CC BY-SA 4.0), This photo has been taken by Matthieu Sontag (User:Mirgolth) and released under the licenses stated below. You are free to use it for any purpose as long as you credit me as author, Wikimedia Commons as site and follow the terms of the licenses. Could you be kind enough to leave me a message on this page to inform me about your use of this picture. (CC BY-SA 3.0), Parent Géry (CC BY-SA 3.0) en Holger Krisp (CC BY 3.0). De opnamen van vissen, zeegras en de steekmossel zijn elders in de Middellandse Zee gemaakt en tonen de soort, niet de plek.



