Gepubliceerd op
De witte huizen van Cala Morell staan in terrassen boven het water. Foto: Enfo, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons
Cala Morell ligt aan de noordwestkust van Menorca, een kilometer of tien boven Ciutadella, en is een van de merkwaardigste plekken van het eiland. Je rijdt door leeg akkerland met muurtjes van droge steen, en dan opent zich een smalle inham waarin spierwitte kubusvormige huizen in terrassen tegen de rotswand staan, met zoveel bogen en platte daken dat bezoekers vaak aan een Grieks eiland denken. Op loopafstand van het water ligt een necropolis van veertien grafgrotten die ruim drieduizend jaar geleden met de hand in de kliffen zijn uitgehakt, en waar je gewoon in kunt lopen, gratis en zonder hek. Alleen het strand is hier de bescheiden partij: een hoekje kiezel van nog geen honderd meter, met betonnen terrassen en laddertjes als badplaats. Hieronder lees je wat je hier aantreft, waarom de grotten de moeite waard zijn, hoe je er komt en wanneer het er het fijnst is.
Waarom Cala Morell er zo Grieks uitziet
De witte huizen zijn geen oud vissersdorp maar een ontwerp dat zijn stijl ruim zestig jaar heeft volgehouden. Vanaf de jaren zestig bouwden Enric Ventura en zijn vrouw hier een verkaveling op, met een bouwstijl naar het voorbeeld van architect Lluís Rey: kalkwitte muren, kubusvormige volumes, platte daken, ronde bogen en lampen onder witte koepeltjes. Er is in de hele urbanisatie welgeteld één huis dat uit de toon valt, opgetrokken in het gelige marès waarmee de rest van Menorca bouwt. Die stijlregel is de reden dat de baai op foto’s op de Cycladen lijkt, terwijl de vormentaal eerder teruggaat op de witte architectuur van Ibiza.
Er zit praktische logica in: de huizen staan met hun rug naar de tramuntana, de harde noordenwind die deze kust maandenlang teistert, en ze liggen verspreid tussen de dennen in plaats van op een rij langs het water. Het resultaat is een badplaats zonder hoogbouw en zonder boulevard. Beneden in de inham is Cala Morell trouwens veel langer in gebruik, want aan deze winderige kust liggen weinig plekken waar een boot beschutting vindt. Nog altijd liggen er bootjes aan boeien en staan er trailers op de helling, wat Cala Morell minder een strand maakt en meer een haventje waar je ook kunt zwemmen.

De necropolis: veertien grafgrotten die je zelf in loopt
Dit is de reden om hier te komen, ook als je het water niet in gaat. In de wanden van het ravijn dat naar het strand afdaalt, zitten veertien kunstmatig uitgehouwen grotten, in sommige tellingen vijftien. Ze zijn met de hand uit de kalksteen gehakt en dienden als collectieve graven. De oudste twee, grot elf en twaalf, zijn klein en ovaal en dateren van rond 1600 voor Christus, nog vóór de talayotische periode. De jongste grotten werden nog in de tweede eeuw na Christus gebruikt, toen de Romeinen het eiland allang beheersten. Tussen die uitersten zit dus bijna achttienhonderd jaar gebruik in dezelfde klifwand.
Bijzonder is dat de latere grotten geen eenvoudige holtes meer zijn maar nagebouwde huizen, met pilasters, treden en zelfs vrijstaande zuilen die het plafond dragen. Grot vier is het spectaculairste voorbeeld: binnen staat een dikke centrale zuil die de ruimte in twee helften deelt, en boven de ingang is in reliëf een lijstwerk uitgehakt dat klassieke, Etruskisch aandoende motieven nabootst. Grot één is rond en laat op de wanden nog de kerven van het gereedschap zien, grot acht is ovenvormig, en voor verschillende grotten ligt een uitgehakt voorplein. Langs de ravijnwand zie je bovendien tweeëntwintig kleine ovale holtes op ooghoogte, de capades de moro, waarvan niemand weet wat ze betekenen.
Het terrein hoort bij de reeks prehistorische plekken die onder de noemer Talayotisch Menorca op de werelderfgoedlijst staat. Bezoeken kost niets, er is geen hek en geen openingstijd, en de parkeerplaats ligt op een meter of honderd. Er zijn ook geen rondleidingen, geen verlichting en geen verharde paden, dus neem een zaklamp mee: zonder licht zie je in de diepere grotten weinig van de zuilen en de nissen.
Het tweede monument: het dorp op de kaap
Aan de noordoostzijde van de baai, op een kaap van vijfendertig meter hoog, liggen de resten van een prehistorisch dorp dat los staat van de grafgrotten. Daar woonden tussen ongeveer 1600 en 1200 voor Christus mensen in een stuk of twaalf naviforme huizen, langwerpige woningen in de vorm van een omgekeerde scheepsromp, met een muur van droge steen over de smalle landhals. Uit de opgravingen kwamen aardewerk, maalstenen en vooral enorme hoeveelheden botten van koeien, schapen, geiten en varkens, terwijl resten van vis vrijwel ontbreken, wat archeologen altijd verbaasd heeft bij een dorp dat pal op zee ligt. Wie de prehistorie van Menorca boeiend vindt, combineert Cala Morell met de Naveta des Tudons bij Ciutadella en met Torre d’en Galmés, de grootste talayotische nederzetting van het eiland.

Hoe het strand er echt bij ligt
Hier hoort eerlijkheid bij, want Cala Morell staat op foto’s mooier dan het aanvoelt met een handdoek onder je arm. Het strandje aan het einde van de inham is ongeveer tachtig meter lang en vijftig meter diep, en bestaat grotendeels uit grind, kiezels en platte steentjes. Alleen de eerste meters bij de waterlijn zijn zanderig, daarachter loop je op steen, dus badslippers of waterschoenen maken hier echt verschil. Ruimte is er ook niet veel: als er twintig gezinnen liggen, voelt het al vol.
De badplaats is in de praktijk dan ook de rand van de baai en niet het zand. Aan weerszijden zijn in de rotsen vlakke betonnen terrassen aangelegd, met trappen en roestvrijstalen laddertjes die je rechtstreeks het diepe water in laten stappen. Voor volwassenen en grotere kinderen die goed zwemmen is dat comfortabel, voor peuters die willen pootjebaden niet, en daarvoor zijn de brede zandstranden in onze gids over Menorca met kinderen een betere keuze. Er zijn douches en toiletten en in de urbanisatie een winkeltje, maar geen reddingsbrigade en geen ligbedden of parasols te huur. Schaduw is schaars, dus neem tussen elf en vier zelf iets mee.
Het water, snorkelen en duiken
Het water is het sterkste punt van Cala Morell. Omdat de baai smal en diep is en er nauwelijks zand opwervelt, is het meestal glashelder, en vanaf de klifrand kijk je de bodem in. Langs de randen liggen begroeide rotsblokken waar vis tussen hangt, en snorkelen gaat daardoor beter vanaf de terrassen dan vanaf het strandje; de beste plekken van het eiland staan in onze gids over snorkelen op Menorca. Duikers komen voor meer: rond de monding liggen overhangen, spleten en kleine grotten, en er is zelfs een onderzeese grot waarin zoet water uittreedt.
De grote beperking is de wind. Dit is de noordkust, en als de tramuntana doorzet staat er golfslag tot in de baai en wordt het water melkig. Verboden is zwemmen dan niet, er hangt geen vlaggensysteem en niemand stuurt je weg, maar met een stevige noordenwind is het hier ronduit af te raden, juist omdat je op gladde steen in en uit het water moet. Draait de wind naar het zuiden, dan ligt de baai er binnen een halve dag weer als een spiegel bij. Kwallen waaien bij aanhoudende noordenwind soms de inham binnen en blijven dan in de hoek bij het strandje hangen.
Twee aardlagen in één baai
Wie oog heeft voor steen, heeft hier een van de leukste plekken van Menorca, want de twee zijden van de inham komen uit totaal verschillende tijdperken. De oostelijke punt, de Punta de s’Elefant, bestaat uit grijze dolomiet van ongeveer honderdvijfenzestig miljoen jaar oud, uit de Jura. De westelijke zijde is opgebouwd uit roodbruin conglomeraat van vijftien miljoen jaar oud, met afgeronde keien die tot vier meter in doorsnede halen. Daartussen loopt een breuk, en waar de rode brokkenlaag abrupt tegen het grijze gesteente eindigt, zie je een tijdsprong van honderdvijfenzestig miljoen jaar in één oogopslag. Voorkennis heb je er niet voor nodig: het kleurverschil tussen de rode westwand en de grijsgele oostpunt is niet te missen.
Eten en drinken
Voor zo’n kleine plek is het aanbod verrassend aardig. Ivette Beach Club is de zaak met het terras met uitzicht over de baai, Troglodita’s is het tweede restaurant van de urbanisatie en Baristiu is meer een strandbar die vanaf het middaguur opengaat. Veel meer is het niet, en in de winter is het grootste deel dicht. Wie uitgebreid wil eten, rijdt het kwartier naar Ciutadella. Voor een zonsondergang in de buurt ligt bij Pont d’en Gil Eolo Sunset Bar boven de natuurlijke rotsboog.
Hoe kom je er en waar parkeer je?
Met de auto neem je de Ronda Nord van Ciutadella en volg je de weg naar Cala Morell, die in een rechte lijn door het binnenland naar de kust loopt. Vanaf het centrum van Ciutadella is dat ruim tien kilometer, een minuut of zestien. Vanaf de luchthaven bij Maó rijd je ongeveer vijftig kilometer en ben je bijna een uur onderweg, dus wie aan de zuidkust zit maakt er een dagtocht van. Hoe je het goedkoopst aan een auto komt, staat in onze gids over auto huren op Menorca.
Parkeren is gratis, op het terrein bij de ingang van de urbanisatie, op ongeveer honderd meter van de grotten en een paar minuten van het water. Het terrein is niet groot en in juli en augustus rond het middaguur vol. Dat is minder dramatisch dan bij de bekende zuidbaaien, waar de toegangswegen bij een vol terrein gewoon dichtgaan; hoe die regels werken, lees je in parkeren op Menorca. Zonder auto gaat het ook: lijn L62 verbindt Ciutadella met Cala Morell en rijdt door naar La Vall, en net als bij de andere strandlijnen koop je het kaartje vooraf, aan het loket of online, met een vaste terugrit. De actuele tijden staan in onze gids over de bus op Menorca, en buiten het seizoen rijdt er niets.
Lopen: twee etappes van het Camí de Cavalls
Cala Morell is een knooppunt op het Camí de Cavalls, het pad dat in honderdvijfentachtig kilometer rond het eiland loopt. De baai is het eindpunt van etappe 8, die in 5,4 kilometer vanaf de baaien van Algaiarens komt en waarvoor ruim twee uur staat. Westwaarts begint etappe 9, zeven kilometer naar de vuurtoren van Punta Nati, goed voor ongeveer drie uur. Die laatste is technisch makkelijk maar landschappelijk het tegenovergestelde van de zuidkust: geen dennen, geen schaduw en geen turquoise baaien, maar kaal kalksteen en eindeloze muurtjes van droge steen, met af en toe een barraca, de getrapte stenen veeschuilplaats die je alleen op dit deel van Menorca ziet. Omdat er onderweg niets staat, neem je water mee en is de volle zomerhitte af te raden.
Wanneer kun je het beste naar Cala Morell?
Mei en juni zijn de beste maanden. De zee is dan net warm genoeg om langer dan vijf minuten in te blijven, de zon brandt nog niet op de kale terrassen, en er is volop ruimte op het parkeerterrein en bij de grotten. Juni is bovendien het moment waarop de restaurants weer open zijn en de bus weer rijdt. Juli en augustus zijn warm en helder maar druk op de weinige vierkante meters die er zijn, en midden op de dag is er op het beton geen schaduw; kom dan voor tienen of na vieren.
September is misschien wel de mooiste maand hier, met het warmste water van het jaar en een eiland dat leegloopt. Oktober is nog prima voor de grotten en de wandelingen, maar het zwemseizoen loopt af en de eerste noordenwinden maken de baai onrustig. Van november tot en met maart is Cala Morell een stille verkaveling met veel gesloten luiken, en juist dan zijn de necropolis en de etappe naar Punta Nati op een heldere dag op hun best. Hoe de maanden zich op het hele eiland verhouden, staat in onze gids over de beste reistijd voor Menorca.
| Vanaf Cala Morell | Afstand | Reistijd |
|---|---|---|
| Necropolis (vanaf de parkeerplaats) | 100 m | 2 minuten lopen |
| Ciutadella (centrum) | 10,2 km | 16 minuten rijden |
| Naveta des Tudons (via Ciutadella) | 15,7 km | ongeveer een half uur |
| Punta Nati (etappe 9, lopend) | 7 km | ongeveer drie uur |
| Maó | 51,0 km | ongeveer 54 minuten |
| Luchthaven Menorca (MAH) | 50,2 km | ongeveer 56 minuten |







Schuif opzij voor meer foto’s. Van de baai met de aangemeerde bootjes tot de zuilen in grot 4 en de raadselachtige capades de moro. Foto’s: Enfo, Dreizung, Jaucafo, LucT en 1997 via Wikimedia Commons (CC BY-SA)
Op de strandenkaart van Menorca zie je Cala Morell samen met alle andere stranden van het eiland.
Veelgestelde vragen over Cala Morell
Kun je de grotten van Cala Morell gratis bezoeken?
Ja. De necropolis is vrij toegankelijk, zonder kaartje, hek of openingstijden, en de parkeerplaats ligt op ongeveer honderd meter. Er zijn geen rondleidingen en geen verharde paden. Neem een zaklamp mee, want in de diepere grotten zie je zonder licht weinig.
Hoeveel grotten heeft de necropolis en hoe oud zijn ze?
Veertien, in sommige tellingen vijftien. De oudste twee, grot elf en twaalf, dateren van rond 1600 voor Christus; de jongste werden nog in de tweede eeuw na Christus gebruikt. Langs de ravijnwand zitten daarnaast tweeëntwintig kleine ovale holtes, de capades de moro, waarvan de functie onbekend is.
Is Cala Morell een zandstrand?
Nee. Het strandje is ongeveer tachtig meter lang en bestaat vooral uit grind en kiezels; alleen de eerste meters bij de waterlijn zijn zanderig. De meeste mensen liggen op de betonnen terrassen langs de rotsen en gaan via roestvrijstalen laddertjes het water in. Badslippers zijn hier geen luxe.
Is Cala Morell geschikt voor kleine kinderen?
Voor peuters niet erg. Er is nauwelijks ondiep zand, je stapt bij de terrassen meteen in diep water en er is geen reddingsbrigade. Voor oudere kinderen die goed zwemmen en van snorkelen houden is het juist leuk.
Kun je zwemmen als er noordenwind staat?
Zwemmen is nergens verboden en er hangt geen vlaggensysteem, maar bij een doorzettende tramuntana is het hier af te raden. Er staat dan golfslag tot in de baai, het water wordt troebel en je moet via gladde steen in en uit het water.
Wat kost parkeren bij Cala Morell?
Niets. Het terrein bij de ingang van de urbanisatie is gratis en ligt op een paar minuten lopen van het water en van de grotten. Het is wel klein, en in juli en augustus rond het middaguur vol.
Rijdt er een bus naar Cala Morell?
In het seizoen rijdt lijn L62 vanuit Ciutadella naar Cala Morell en door naar La Vall. Net als bij de andere strandlijnen koop je het kaartje vooraf, met een vaste terugrit. Buiten het seizoen rijdt er geen bus.
Hoe ver is Cala Morell van Ciutadella?
Ruim tien kilometer vanaf het centrum, ongeveer zestien minuten rijden via de Ronda Nord. Vanaf Maó en de luchthaven is het ongeveer vijftig kilometer en reken je op bijna een uur.
Op de kaart
Verder langs deze kust: de noordstranden met hun rode zand, zoals Cala Pregonda en Platja de Cavalleria, liggen aan dezelfde ruige kant van het eiland maar vragen een flinke omweg door het binnenland. Een overzicht van wat er verder is, staat in de mooiste stranden van Menorca en in onze Menorca reisgids. Menorca is een van de vier Balearen.
Bronnen: de veertien grafgrotten, de vrije toegang, de datering en de beschrijving van grot 1, 4, 8, 11 en 12 plus de tweeëntwintig capades de moro: Ajuntament de Ciutadella, menorca.es van de Consell Insular de Menorca, het portaal Menorca Talaiòtica en de Catalaanse Wikipedia, geraadpleegd 2 oktober 2026. Het prehistorische dorp op de kaap: Engelstalige Wikipedia, dezelfde dag. De verkaveling en de rol van Enric Ventura en architect Lluís Rey: calamorell.net en de Spaanse en Catalaanse Wikipedia. Afmetingen (ongeveer 80 bij 50 meter) en sediment van het strand: VisitMenorca; de Catalaanse Wikipedia noemt daarnaast 75 bij 200 meter voor de hele inham inclusief de terrassen. Geologie: het geotoerismeportaal van de Govern de les Illes Balears. Etappe 8 en 9 van het Camí de Cavalls: Descobreix Menorca en Apunt Menorca. Lijn L62 en de reservering: Autocares Torres en onze eigen gids over de bus op Menorca. Coördinaten uit OpenStreetMap; afstanden en rijtijden op 2 oktober 2026 berekend met de routeplanner van OpenStreetMap, waarbij de rit naar de Naveta des Tudons bewust via Ciutadella is gerekend omdat de kortste berekende route over onverharde camins loopt. Foto’s: zie de bijschriften.



