Bijgewerkt op
Het stadhuis van Ciutadella op het bastion boven de haven, met beneden de kade. Foto: Menorquino, CC BY-SA 3.0 ES (Wikimedia Commons)
Ciutadella ligt aan de westkust van Menorca en is met ruim 30.500 inwoners (2020) de grootste stad van het eiland, groter dan de hoofdstad Maó. Het was eeuwenlang zelf de hoofdstad, tot de Britten het bestuur in 1722 naar Maó verhuisden, en het is nog altijd de zetel van de bisschop. Wat daarvan overbleef is een oude stad binnen de lijn van de vroegere stadsmuur, met smalle straten die hun loop nog uit de islamitische tijd hebben, een gotische kathedraal op de plek van de oude moskee, paleizen van adellijke families en een smalle haven die diep de stad in snijdt.
Die haven is ook het decor van een natuurverschijnsel dat je bijna nergens anders zo ziet: de rissaga, waarbij het water in een paar minuten wegzakt en daarna terugkomt. Hieronder lees je hoe de stad in elkaar zit, wat je in de oude stad ziet, wat de rissaga is, hoe het paardenfeest van Sant Joan werkt en hoe je met de bus naar de stranden in de buurt komt.
Waar Ciutadella ligt en hoe je er komt
Ciutadella ligt aan de andere kant van het eiland dan het vliegveld. Met de auto is het van de luchthaven naar de Plaça des Born ruim 45 kilometer over de Me-1, reken op drie kwartier tot een uur. Een rechtstreekse bus is er niet: je neemt L10 van het vliegveld naar het busstation van Maó en stapt daar over op L01, die via Alaior, Es Mercadal en Ferreries rijdt, of op werkdagen op de sneldienst L14, die in ongeveer vijftig minuten zonder tussenstops gaat. Beide kosten 5,75 euro, contant te betalen bij de chauffeur. Alle lijnen en tijden staan in de gids over de bus op Menorca.
De oude stad is grotendeels autovrij; parkeer daarom erbuiten en loop naar binnen. Wie over zee komt, meert niet meer in de oude haven aan: sinds 2011 leggen de veerboten van Baleària en Trasmapi aan bij de nieuwe buitenhaven van Son Blanc, buiten de oude haven. Vandaar varen ze naar Alcúdia op Mallorca, een overtocht van vijf kwartier tot twee uur.
Van Iamo tot Ciutadella: een korte geschiedenis
De Romeinen noemden de stad Iamo, in de islamitische tijd heette ze Medina Manurqa. In die periode, tussen de negende en de elfde eeuw, kreeg een groot deel van het huidige stratenpatroon zijn vorm, rond de grote moskee. Op 17 januari 1287 veroverde koning Alfons III van Aragón het eiland en kreeg de stad haar huidige naam, afgeleid van het Latijnse civitatella, stadje.
Het zwaarste jaar in de geschiedenis van de stad is 1558. Een Ottomaanse vloot onder Piyale Pasha zette duizenden mannen aan land, belegerde Ciutadella een week lang en nam de stad daarna in, plunderde en verbrandde haar. Ruim duizend mensen kwamen om en meer dan drieduizend inwoners van de stad en de omgeving werden als slaaf naar Constantinopel gevoerd. Op Menorca heet dat jaar nog altijd het Any de sa Desgràcia, het jaar van het ongeluk. De stadsmuur, die teruggaat op Romeinse en islamitische muren, werd daarna in de zeventiende eeuw herbouwd en bleef staan tot het eind van de negentiende eeuw. Er zijn nog twee bastions over, dat van sa Font en het bastion van de gouverneur achter het stadhuis, en de lijn van de muur volg je over de Contramurada, de laan rond de oude stad. Binnen die muren bouwden de families in de zeventiende en achttiende eeuw hun paleizen en kerken.
In 1722 verhuisden de Britten de hoofdstad naar Maó, vanwege de grote haven daar. Sindsdien zijn de twee steden elkaars tegenpolen: Maó met zijn Britse schuiframen en erkers, Ciutadella met zijn adel, zijn kerk en zijn oude stad. Hoe Maó eruitziet, lees je in de gids over Maó.
De Plaça des Born en de obelisk van 1558
Het centrale plein van de stad is de Plaça des Born, aan de rand van de oude stad boven de haven. In het midden staat een obelisk van tweeëntwintig meter hoog, die de inwoners gewoon sa piràmide noemen. Hij werd in 1857 gebouwd, drie eeuwen na het Any de sa Desgràcia, naar een ontwerp van de historicus Rafael Oleo i Quadrado. Op de voet staat in het Latijn Pro aris et focis hic sustinuimus usque ad mortem, vrij vertaald: “voor altaar en haard hielden wij hier stand tot de dood”. De obelisk herdenkt de val van de stad op 9 juli 1558.
Rond het plein staan de gebouwen die het gezicht van de stad bepalen. Het stadhuis staat met zijn kantelen op het bastion boven de haven. Het Teatre des Born werd tussen 1873 en 1875 gebouwd op de plek van een oude cavaleriekazerne. Aan het plein en in de straten erachter liggen de paleizen van de oude adel, zoals het Palau Torre-Saura en het Palau Salort. Vanaf de rand van het plein kijk je recht omlaag op de haven.

De kathedraal, Ses Voltes en de oude stad
Een paar straten verder staat de kathedraal van Santa Maria, de zetel van het bisdom Menorca. Koning Alfons III gaf in 1287, vijfenveertig dagen na de verovering, opdracht om haar te bouwen, maar het werk begon pas rond 1300 en duurde tot 1362. Ze staat op de plek van de oude moskee, waarvan je de bogen nog terugziet in de voet van de klokkentoren. De kerk is vijfenveertig meter lang en tweeëntwintig meter hoog, met één schip in Catalaans-gotische stijl, gebouwd van kalksteen uit Ciutadella zelf.
De Turken plunderden en verbrandden de kathedraal in 1558, en in de Burgeroorlog werd ze opnieuw leeggehaald. Daardoor is er veel herbouwd. De voorgevel die je als eerste ziet, is niet gotisch maar neoklassiek: bisschop Pedro Antonio Juano liet haar in 1813 bouwen in plaats van de oude gotische ingang, en alleen het kleine roosvenster bovenin bleef bewaard. Aan de zuidkant zit nog wel de gotische Porta de la Llum, met gebeeldhouwde planten en dieren. In 1953 kreeg de kerk van paus Pius XII de titel basiliek.
Achter de kathedraal begint Ses Voltes, de straat met witte arcaden waar je in de schaduw langs winkels en terrassen loopt. Het hele oude stadsdeel is als historisch monument beschermd, en tussen de straten liggen onder meer het Museu Diocesà, het Museu Municipal in Can Saura, de kerk van Els Socors en het Mercat des Peix, de oude vismarkt.

De haven en de rissaga
De haven van Ciutadella is een lange, smalle inham van ongeveer 1.170 meter, die van 110 meter breed bij de ingang versmalt tot vijftien meter aan het eind. Sinds de veerboten naar Son Blanc zijn verhuisd, liggen er alleen nog kleinere boten. Aan de kades zitten restaurants en bars, en onder de stadsmuur loopt de weg omlaag naar het Pla de Sant Joan, het havenplein waar het nachtleven zit.
Precies die vorm maakt de haven gevoelig voor de rissaga, zoals Menorcanen een meteotsunami noemen. Bij een rissaga zakt het water in de haven plotseling weg, soms zo ver dat de ondiepe delen droogvallen, boten de bodem raken en vissen stikken. Na een paar minuten stroomt het water met kracht terug, waarbij boten tegen elkaar en tegen de kades slaan, auto’s onderlopen en terrassen van de kade worden gespoeld. Dat kan zich uren herhalen. De meeste rissagas zijn zestig centimeter tot ruim een meter hoog, maar op 15 juni 2006 schommelde het water tot vier meter en was de schade enorm; ook op 21 juni 1984 was er een zware.
Lang dacht men aan getijden of onderzeese aardbevingen als oorzaak. Pas in 1934 werd duidelijk dat het verschijnsel uit de lucht komt: plotselinge schommelingen in de luchtdruk, bijna altijd bij zuidelijke wind, zetten het water in beweging, en een smalle, lange haven aan de westkant van het eiland versterkt dat. Ciutadella geldt daarom als het natuurlijke laboratorium voor dit verschijnsel. Aan de monding van de haven staat het Castell de Sant Nicolau, een achthoekige wachttoren met een gracht, tussen 1680 en 1682 gebouwd. Omdat hij aan de westkust staat, zie je er de zon in zee ondergaan.

Sant Joan: het paardenfeest van juni
Op 23 en 24 juni, en op de zondag ervoor, de Diumenge des Be, viert Ciutadella de Festes de Sant Joan. Het feest gaat terug op een middeleeuwse broederschap bij de kapel van Sant Joan de Missa, zo’n zes kilometer buiten de stad, en dat verklaart waarom paarden en ruiters de hoofdrol spelen. De organisatie weerspiegelt nog steeds de standen van toen: een edelman, een geestelijke, een ambachtsman en boeren vormen samen de junta de caixers. Op de zondag loopt s’homo des be door de stad met een versierd lam op zijn schouders, en voorop de stoet rijdt de flabioler op een ezel, met trommel en fluit.
De vlag van Sant Joan wordt het hele feest gedragen door de caixer fadrí, en volgens de regels is het feest afgelopen als die vlag de grond raakt. Op 23 juni komen de paarden uit de omgeving de stad in, en vanaf de middag draait alles om de ruiters. Sinds de zeventiende eeuw horen daar de jocs des Pla bij, ruiterspelen op het plein. Het feest is in de geschiedenis zestien keer niet doorgegaan, het laatst in 2020 en 2021. Wie in die dagen komt, zit midden in de drukte; boek dan ruim van tevoren een slaapplaats. Alles over het programma lees je in de gids over de Festes de Sant Joan.
Buiten de stad: steengroeven, navetes en de noordkust
Een kilometer buiten Ciutadella liggen de Pedreres de s’Hostal, steengroeven waar marès werd gewonnen, de zachte zandsteen waarvan op Menorca de huizen werden gebouwd. De oude groeven zijn met de hand uitgehakt en zijn nu een doolhof van stenen wanden en planten; de nieuwe, met cirkelzagen uitgesneden groeven zijn enorme strakke kuipen. In 1994 sloten ze, en een jaar later begon de vereniging Líthica ze te beheren, met een botanische route langs planten van het eiland en een middeleeuwse tuin rond een fontein.
Aan de Me-1 richting Ferreries, bij kilometer 40, staat de Naveta des Tudons, een grafmonument in de vorm van een omgekeerde boot van rond 1000 voor Christus. Het is een van de plekken van Talaiotisch Menorca, dat sinds 2023 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat, en je bezoekt het van april tot oktober tegen betaling. In de gemeente liggen ook de nederzetting Son Catlar, met een muur van bijna een kilometer uit reusachtige stenen, en Torretrencada, waar de taula nog helemaal overeind staat. Bij Cala Morell zijn rotsgraven uit dezelfde tijd, en op de kale noordkust staat de vuurtoren van Punta Nati uit 1912, gebouwd omdat daar zoveel schepen vergingen.
Stranden, eten en uitgaan
De bekende witte baaien van de zuidkust liggen op een halfuur van de stad, en omdat de wegen ernaartoe ’s zomers voor auto’s beperkt zijn, is de bus vaak het handigst. Vanaf het busstation van Ciutadella rijdt L69 van 1 juni tot 30 september naar Cala Macarella, voor 4,60 à 4,65 euro, en L68 van 4 mei tot 15 oktober naar Cala en Turqueta, voor 5,15 euro. L52 brengt je in een halfuur naar Cala Galdana, voor 3,05 euro. Een overzicht van alle baaien staat bij de mooiste stranden van Menorca, en het kustpad Camí de Cavalls komt langs de stad.
Aan de oude haven zit het visrestaurant Cafè Balear, en meer adressen staan bij de restaurants op Menorca. Een zoetigheid van de stad is de cuscussó, een kerstdessert van boter, honing, suiker, broodkruim, amandel, kaneel en citroenschil, met Arabische wortels. Het drankje dat elders op het eiland pomada heet, bestel je hier als gin amb llimonada. ’s Avonds verplaatst het leven zich naar de haven en het Pla de Sant Joan, waar ook de club Jazzbah zit; de rest lees je bij uitgaan in Ciutadella.
Even buiten de stad, in Sa Caleta, liggen Vibra Blanc Palace en de appartementen van Blanc Cottage; bij Cala ’n Bosch staan Sol Falco en Grupotel Playa Club.
Op de dorpenkaart van Menorca zie je Ciutadella samen met alle andere dorpen van het eiland.
Veelgestelde vragen
Is Ciutadella de hoofdstad van Menorca?
Niet meer. Ciutadella was eeuwenlang de hoofdstad, tot de Britten het bestuur in 1722 naar Maó verplaatsten. Ciutadella is wel de grootste stad van het eiland en de zetel van de bisschop.
Hoe kom je van het vliegveld naar Ciutadella?
Met de auto is het ruim 45 kilometer, drie kwartier tot een uur rijden. Met de bus neem je L10 naar het busstation van Maó en stap je over op L01 of op werkdagen de sneldienst L14, voor 5,75 euro.
Wat is een rissaga?
Een meteotsunami: door plotselinge schommelingen in de luchtdruk zakt het water in de haven in een paar minuten weg en komt het daarna met kracht terug. Meestal gaat het om zestig centimeter tot ruim een meter, maar in 2006 was het vier meter.
Wat betekent de obelisk op de Plaça des Born?
Hij herdenkt de val van de stad op 9 juli 1558, toen een Ottomaanse vloot Ciutadella innam en meer dan drieduizend inwoners als slaaf meenam. De obelisk van tweeëntwintig meter werd in 1857 gebouwd, drie eeuwen later.
Wanneer zijn de Festes de Sant Joan?
Op 23 en 24 juni en de zondag daarvoor, de Diumenge des Be. Het is het drukste weekend van het jaar in de stad; boek dan ruim van tevoren.
Is de oude stad van Ciutadella autovrij?
Grotendeels wel. Parkeer buiten de oude stad en loop naar binnen; de Contramurada, de laan op de lijn van de oude stadsmuur, is de grens.
Welke stranden bereik je met de bus vanuit Ciutadella?
In het seizoen onder meer Cala Macarella met L69, Cala en Turqueta met L68 en Cala Galdana met L52, allemaal vanaf het busstation van Ciutadella.
Hoeveel tijd heb je nodig voor Ciutadella?
Voor de oude stad, de kathedraal en de haven een halve dag tot een dag. Met de steengroeven van s’Hostal, de Naveta des Tudons en een avond aan de haven vul je gemakkelijk twee dagen.
Aan de kust bij Cala en Blanes zit de strandbar Hopi Beach Bar, bekend om de zonsondergang.
Op de klif bij Cala’n Forcat kijk je bij Eolo Sunset Bar uit over de zonsondergang met een cocktail.
Bronnen (geraadpleegd september 2026): Viquipèdia over Ciutadella (inwoners, namen, stadsmuur, 1558, monumenten, cuscussó), de kathedraal, de haven, de rissaga, het Castell de Sant Nicolau, de Festes de Sant Joan, de Pedreres de s’Hostal, de Naveta des Tudons en de pomada; Wikipedia over de obelisk en de Talaiotische cultuur (UNESCO 2023); afstand en rijtijd via OpenStreetMap; busgegevens volgens Mou-T en de busbedrijven, zoals ze in september 2026 online stonden.



