Gepubliceerd op
De smalle inham van Cala en Blanes, met het zand en de bomen achter in de kloof. Foto: Quico Iglesias via Wikimedia Commons (CC BY-SA 4.0)
Cala en Blanes ligt aan de westkust van Menorca, nog geen tien minuten rijden boven Ciutadella, en is een van de weinige baaien op het eiland waar je het strand pas ziet als je er bijna bent. De zee dringt hier als een smalle blauwgroene gang tussen twee lage rotswanden het land in, en helemaal achterin, waar de kloof doodloopt, ligt een strook zand met pijnbomen die zo ver over het water hangen dat je in hun schaduw kunt zwemmen. Even verderop beginnen de buurbaaien Cala en Forcat en Cala en Brut, en daaromheen ligt de vakantiewijk Los Delfines. Wij behandelen die inhammen als één badplaats, want zo beleef je ze ook.
Waarom dit één badplaats is en geen drie
Op de kaart lijken Cala en Blanes, Cala en Forcat en Los Delfines losse plekken, maar ze lopen zonder onderbreking in elkaar over. Het zijn drie van de vier kernen die de gemeente Ciutadella aan deze kust heeft laten bouwen, samen met Torre del Ram, en ze delen dezelfde straten, winkels en bus. Vast wonen er weinig mensen: Cala en Blanes telde in 2025 iets minder dan tweehonderd inwoners, Torre del Ram ruim vierhonderd en Los Delfines ruim achthonderd. In de zomer vermenigvuldigt dat zich, want vrijwel alles wat hier staat is appartement of vakantiehuis.
De kust verklaart waarom de bebouwing zo aaneengesloten is. Deze hoek van Menorca is een vlakke kalksteenplaat die abrupt in zee eindigt, met rotsranden van vijf tot tien meter hoog. Alleen waar een oude geul die plaat doorsneed komt de zee landinwaarts, en daar liggen de calas. Cala en Blanes is de diepste en de enige met een echt zandstrand, Cala en Forcat en Cala en Brut zijn rotsiger, en bij Cales Piques kom je het water alleen via trappen en platforms in.

Het strand van Cala en Blanes
Het strandje is klein: langs de waterlijn een meter of dertig tot veertig, en het zand loopt ongeveer even ver naar achteren. Het is fijn, licht zand met een rustige helling, zodat kinderen een flink stuk kunnen uitlopen voordat ze hun voeten verliezen. Omdat de inham zo diep en smal is bereikt bijna geen golfslag het zand, en op een dag dat de rest van de kust onrustig is ligt het water hier als een zwembad.
Bijzonder zijn de bomen. De rotswanden zijn begroeid tot aan de rand en de pijnbomen groeien schuin naar het licht toe, dus over het water heen. Achter het strand ligt een palmentuin die als berenador is ingericht, het Menorcaanse woord voor picknickplek, en die schaduw krijg je op een natuurbaai nergens. De barbecues daar mogen alleen van 15 oktober tot eind april aan, en honden zijn op het strand niet toegestaan.
Voorzieningen zijn er voor een baai van dit formaat opvallend veel: in het seizoen een reddingsbrigade en boeien om het zwemgebied, douches, toiletten en een drinkwaterkraan vlak bij het zand, ligbedden en parasols te huur, waterfietsen en een toegang voor wie slecht ter been is. Op het zand staat Hopi Beach Bar, de chiringuito die om zijn zonsondergang bekend is geworden. Een blauwe vlag heeft het strand niet: in 2026 hadden op heel Menorca alleen Son Bou, Cala en Porter, Binibèquer Nou en Punta Prima die vlag.
Reken erop dat je het zand deelt, want dit is het drukst bezochte strandje van deze kust: in juli en augustus is er vanaf een uur of elf nauwelijks een vrij plekje, terwijl je de kloof in het voor- en naseizoen soms met een handvol mensen voor jezelf hebt.
Cala en Forcat, Cala en Brut en Cales Piques
Loop je door de wijk naar het westen, dan kom je bij de inhammen zonder zand maar met karakter. Cala en Forcat ligt ruim een kilometer verderop in rechte lijn en is een korte, gevorkte baai met goudkleurig zand op de bodem en gepolijste rotsplateaus langs de rand. Het water is er stil en helder en het is er druk, maar reddingsbrigade, douches en horeca zijn er niet. Parkeren kost er niets.
Cala en Brut is het meest eigenzinnige van het stel. Er ligt nauwelijks zand, maar in de rotsen zijn betonnen terrassen met trappen en ladders gemaakt waar je vanaf het water in springt, al decennia de favoriete plek van jonge Menorquijnen. Cales Piques, het volgende baaitje noordwaarts, is een kliffenkust met twee lange, diepe geulen in de kalkplaat, die al opvielen bij aartshertog Lodewijk Salvator van Oostenrijk en later bij Josep Pla.
Het mooiste natuurverschijnsel van deze kust staat op weinig plattegronden. Bij Cap de Banyos, op loopafstand van Cala en Forcat, zit een smalle en diepe spleet in de rots die es Bufador heet, nu afgezet met een droogstapelmuurtje en een reling. Komt de wind uit het westen, dan perst de zee lucht en water door die spleet omhoog en spuit het zeewater er met kracht uit. Vissers lazen er vroeger aan af hoe de zee erbij lag. Het uitkijkpunt ernaast kijkt tot aan de vuurtoren van Artrutx.

Een graf uit de bronstijd tussen de appartementen
De verrassing van deze badplaats ligt niet aan zee maar in een grasveldje tussen de vakantiehuizen. Op de hoek van de Carrer Tramontana en de Carrer de Gregal ligt het hipogeu van Torre del Ram, een uitgehakte grafkamer uit de bronstijd. Een getrapte gang leidt naar een rechthoekige ruimte van ongeveer achteneenhalve meter lang, tweeënhalve meter breed en bijna twee meter hoog, met een stenen bank langs de hele binnenomtrek, en een deel van het cyclopische stenen dak ligt er nog.
Het graf diende tussen 1700 en 1400 voor Christus als collectieve begraafplaats van een familie of een kleine gemeenschap. In latere eeuwen is het leeggehaald en als veestal gebruikt, waardoor alles over de begraven mensen en hun grafgiften verloren ging. Wat bleef, zijn de krassen in de wanden: drie schematisch ingekraste zeilschepen en een paar figuren die niemand meer kan duiden. Het hipogeu is een van de tweeëndertig monumenten van Menorca Talayótica, dat op 18 september 2023 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO werd geplaatst. Je kunt er het hele jaar naartoe lopen, met informatiepanelen en zonder hek of kaartje. Wie meer prehistorie wil zien, rijdt in een kwartier naar de Naveta des Tudons.





Schuif opzij voor meer foto’s. Van de betonnen terrassen van Cala en Brut tot de watertoren, de inhammen van Los Delfines en het leven onder water. Foto’s: Wikimedia-gebruiker 1997 (CC BY-SA 3.0), paul foster (CC BY 3.0) en Quico Iglesias (CC BY-SA 4.0) via Wikimedia Commons
Hoe kom je er en waar parkeer je?
Met de auto is het vanaf het centrum van Ciutadella 3,4 kilometer en ongeveer zeven minuten. De luchthaven ligt bij Maó aan de andere kant van het eiland: reken op 49 kilometer en bijna een uur. Naar Cala en Forcat rijd je over de straten 2,6 kilometer, terwijl het hemelsbreed iets meer dan een kilometer is, dus lopen kost je een minuut of twintig.
Parkeren is gratis, op onverharde terreinen aan de rand van de bebouwing en in de straten. Het grootste terrein bij het strand heeft iets minder dan vijftig plaatsen en zit in juli en augustus halverwege de ochtend vol, dus kom vroeg of juist in de loop van de middag. De spelregels rond parkeren bij de Menorcaanse stranden staan in onze gids over parkeren op Menorca, en wat een huurauto kost lees je in auto huren op Menorca.
Zonder auto kan het hier beter dan bij de meeste Menorcaanse stranden, want er rijdt een eigen buslijn. Lijn L61 maakt vanaf Ciutadella een rondje langs Cala en Blanes, Los Delfines, Cales Piques, Cala en Forcat en Torre del Ram. De hele lus duurt een half uur en naar de halte bij het strand ben je tien minuten onderweg. In de winterdienst, van eind oktober tot en met april, rijdt hij negen keer per dag op werkdagen en zes keer in het weekend; in de zomer vaker. De andere lijnen staan in onze gids over de bus op Menorca.
De leukste manier om te komen is lopen. Vanaf de oude haven van Ciutadella voert een kustpad naar buiten tot je bij Cala en Blanes uitkomt, een stuk van het Camí de Cavalls dat in honderdvijfentachtig kilometer om het eiland loopt, hier de etappe tussen Punta Nati en Ciutadella. Begin vroeg, want schaduw is er nauwelijks.
Zwemmen, snorkelen en de wandeling naar Pont d’en Gil
Zwemmen doe je het prettigst vanaf het zand, waar het water traag dieper wordt. Snorkelen is interessanter langs de rotswanden aan weerszijden, waar de bodem overgaat van zand naar steen; je ziet er zeebrasems en andere kustvis, en omdat het water zo beschut ligt blijft het helder als het elders opwoelt. Bij Cala en Brut en Cala en Forcat is er meer te zien, maar daar is geen toezicht. De windregel die bepaalt welke kust op welke dag helder is, staat in ons stuk over snorkelen op Menorca.
De mooiste wandeling gaat naar het noorden, naar Pont d’en Gil: een natuurlijke rotsboog die de zee in de kliffen heeft uitgesleten en die eruitziet als een brug over het water. Met de auto is het 2,7 kilometer, maar over het kustpad is het mooier; de laatste honderden meters zijn ongelijk, dus doe schoenen met grip aan. Vlak onder de boog ligt sa Cigonya, een onderwatergrot van een paar honderd meter die alleen onder water te betreden is.
Eten, drinken en de avond
Het aanbod is dat van een vakantiewijk, met pizzeria’s, grillrestaurants en terrassen voor het zomerpubliek; de meest gevestigde adressen zitten rond de Carrer Torre de l’Aigua, genoemd naar de witte watertoren boven de wijk. Op het strand sluit je de dag af bij Hopi Beach Bar, en aan de kliffen van Los Delfines staat chill-outbar sa Posta de Sol.
Wil je echt goed eten, dan rijd je naar Ciutadella, waar de oude stad, de haven en de markt binnen een kwartier liggen. Daar zit het klassieke visrestaurant Cafè Balear, en wie de stad ’s avonds in wil leest onze gids over uitgaan in Ciutadella. Voor een rustige zonsondergang is Bahía Santandría, een paar calas zuidelijker, een van de mooiste adressen van deze kust. Eind juni staat de streek in het teken van de Festes de Sant Joan.
Wanneer kun je het beste gaan?
Mei en juni zijn hier de fijnste maanden. De zee is vanaf eind mei goed te doen, het strandje is nog niet vol, de terrassen zijn open en de ochtenden zijn koel genoeg om naar Pont d’en Gil te lopen. Juli en augustus zijn warm en helder, maar dan is dit een van de drukste stukjes kust van Menorca: het zand ligt vol en de parkeerterreinen zitten voor de middag vol.
September is misschien wel de beste maand, want het water is dan op zijn warmst terwijl de drukte halverwege de maand wegvalt. In oktober loopt het seizoen af en vanaf november is dit een stille wijk met een leeg strand, een bus die nog steeds rijdt en een palmentuin waar de barbecues eindelijk weer aan mogen. Hoe de maanden op het hele eiland uitpakken, staat in onze gids over de beste reistijd voor Menorca.
| Vanaf Cala en Blanes | Afstand | Met de auto |
|---|---|---|
| Cala en Forcat | 2,6 km | 6 minuten (lopend 20 tot 25) |
| Pont d’en Gil | 2,7 km | 5 minuten |
| Ciutadella (centrum) | 3,4 km | 7 minuten |
| Cala Santandría | 7,2 km | 11 minuten |
| Luchthaven bij Maó | 49,3 km | ongeveer 53 minuten |
Op de strandenkaart van Menorca zie je Cala en Blanes samen met alle andere stranden van het eiland.
Veelgestelde vragen over Cala en Blanes
Hoe groot is het strand van Cala en Blanes?
Klein: langs de waterlijn een meter of dertig tot veertig, en het zand loopt ongeveer even ver naar achteren. Het ligt diep in een smalle inham, met pijnbomen over het water en een palmentuin erachter.
Is Cala en Blanes geschikt voor kinderen?
Ja, een van de meest kindvriendelijke strandjes van Menorca. Er staat nauwelijks golfslag, het water wordt traag dieper en er is in het seizoen een reddingsbrigade, met douches, toiletten, ligbedden en schaduw vlakbij.
Wat kost parkeren bij Cala en Blanes?
Niets. Er zijn gratis terreinen aan de rand van de bebouwing en je kunt in de straten staan. Het terrein bij het strand heeft iets minder dan vijftig plaatsen en zit in de zomer halverwege de ochtend vol.
Rijdt er een bus naar Cala en Blanes?
Ja. Lijn L61 maakt vanaf Ciutadella een rondje langs Cala en Blanes, Los Delfines, Cales Piques, Cala en Forcat en Torre del Ram. Naar het strand ben je tien minuten onderweg; in de winter rijdt hij negen keer per dag op werkdagen, in de zomer vaker.
Wat is het verschil tussen Cala en Blanes, Cala en Forcat en Cala en Brut?
Cala en Blanes is de enige met een echt zandstrand en met voorzieningen. Cala en Forcat is een korte, gevorkte baai met zand op de bodem en rotsplateaus langs de rand, zonder reddingsbrigade of horeca. Cala en Brut heeft bijna geen zand maar betonnen terrassen met ladders waar jonge Menorquijnen vanaf springen.
Wat is er te doen behalve zwemmen?
Vlak bij het strand ligt het hipogeu van Torre del Ram, een vrij toegankelijke grafkamer uit de bronstijd met ingekraste zeilschepen in de wanden. Verder lopen de meeste mensen naar de rotsboog Pont d’en Gil en naar es Bufador bij Cap de Banyos.
Op de kaart
Meer aan deze kust: de oude hoofdstad Ciutadella op een kwartier, strandtent Hopi Beach Bar op het zand van de baai zelf en het overzicht van de mooiste stranden van Menorca. Alles over het eiland staat in onze Menorca reisgids, en Menorca is een van de vier Balearen.
Bronnen, geraadpleegd op 2 oktober 2026: afmetingen, beschutting, voorzieningen, parkeren en de palmentuin van de strandgegevens van de Consell Insular de Menorca (menorca.es), illesbalears.travel en isoladiminorca.com; de buurbaaien en de vermelding van aartshertog Lodewijk Salvator en Josep Pla van de Catalaanse en Spaanse Wikipedia en disfrutamenorca.com; es Bufador van menorca.info en menorcadiferente.com; het hipogeu van Torre del Ram van menorcamonumental.net, met de inschrijving van Menorca Talayótica op 18 september 2023 uit het persbericht van de Spaanse regering; lijn L61 uit de dienstregeling van Torres Allès Autocares via mou-tmenorca.com (winter 2025/2026); de blauwe vlaggen van 2026 van menorca.info; inwonertallen en voorzieningen ter plekke uit OpenStreetMap. Coördinaten via Nominatim, afstanden met de routeplanner van OpenStreetMap, die het voetgangersprofiel als autoroute rekende, dus looptijden zijn geschat op de hemelsbrede afstand. Foto’s: Quico Iglesias (CC BY-SA 4.0), paul foster (CC BY 3.0), Ainacass (CC BY-SA 4.0) en Wikimedia-gebruiker 1997 (CC BY-SA 3.0) via Wikimedia Commons.



