Bijgewerkt op
De haven van Ciutadella, de oude hoofdstad aan de westkant van het eiland. Foto: Américo Toledano, CC BY-SA 4.0 (Wikimedia Commons)
De belangrijkste praktische tips voor Menorca passen in een paar zinnen. Vanaf het vliegveld ben je met bus L10 in iets meer dan tien minuten in Maó, maar naar Ciutadella moet je overstappen. In de bus betaal je alleen contant. Voor de ongerepte calas is een huurauto handig, al kom je bij Cala Macarella in de zomer alleen met de bus. Kijk elke ochtend naar de wind, want de tramuntana bepaalt of de noordkust of de zuidkust die dag mooi is. En reken erop dat het avondeten pas laat begint.
Hieronder lees je per onderwerp wat je vooraf wilt weten: hoe groot het eiland is en welke plaatsnamen je tegenkomt, hoe je aankomt en rondreist, wat de noordenwind met je stranddag doet, wanneer je het best gaat, wat je eet en drinkt, en hoe het zit met geld en taal. De tijden en prijzen komen uit de dienstregelingen en tarieflijsten zoals die in september 2026 online stonden.
Menorca in het kort: grootte, hoofdstad en plaatsnamen
Menorca is het noordelijkste en oostelijkste eiland van de Balearen, 701 vierkante kilometer groot. Van Maó in het oosten naar Ciutadella in het westen rijd je in ongeveer drie kwartier over de hoofdweg dwars over het eiland. Het is zelfs het oostelijkste stukje Spanje, en dus de plek waar in Spanje de zon het eerst opkomt. In 2019 woonden er ruim 96.000 mensen, en in de zomer zijn het er door het toerisme meer dan het dubbele.
De hoofdstad is Maó, in het Spaans Mahón. Dat is ze sinds 1722, toen de Britten het bestuur van het eiland daarheen haalden vanwege de diepe natuurlijke haven. Ciutadella, de oude hoofdstad aan de westkant, is nog altijd de gemeente met de meeste inwoners en voor veel bezoekers de mooiste stad. Het hele eiland is sinds 1993 biosfeerreservaat van UNESCO, en sinds 2023 staan de talaiotische monumenten, de prehistorische bouwwerken van steen, op de Werelderfgoedlijst.
Op borden en kaarten staan de Catalaanse namen: Maó, Ciutadella, Es Mercadal, Sant Lluís. De Spaanse namen, zoals Mahón en Ciudadela, zie je vooral bij vluchten en boekingssites. Wie goed luistert, hoort bovendien iets van de Britse tijd: in het Menorcaans zitten woorden die elders in het Catalaans niet bestaan, zoals xoc voor krijt (van chalk) en boínder voor een erker (van bow window).
Aankomen: vliegveld, bus en veerboot
Het vliegveld ligt ongeveer vierenhalve kilometer ten zuidwesten van Maó. Bus L10 van Autocares Torres rijdt het hele jaar naar het busstation van Maó, vlak bij de Plaça de s’Esplanada, en doet daar iets meer dan tien minuten over. Een kaartje kost 2,80 euro en je betaalt bij de chauffeur. Sinds 5 maart 2026 stopt de bus alleen nog aan de vertrekkant, op de eerste verdieping bij de incheckbalies, dus loop na aankomst even naar boven. In de zomerdienstregeling, in 2026 van 1 juni tot en met 31 oktober, gaat de eerste bus om 05:55.
Naar Ciutadella rijdt geen rechtstreekse bus. Je stapt in Maó over op L01, die via Alaior, Es Mercadal en Ferreries rijdt, of op de sneldienst L14, die op werkdagen zonder tussenstops in ongeveer vijftig minuten naar Ciutadella gaat. Beide kosten 5,75 euro. Met een taxi of een huurauto van het vliegveld ben je sneller, en de meeste bezoekers halen hun auto daar op.
Wie niet vliegt, komt met de veerboot. Er varen boten vanuit Barcelona naar Maó en Ciutadella, en tussen Alcúdia op Mallorca en Ciutadella. Dat laatste is handig als je Menorca combineert met een week op Mallorca.
Rondreizen: huurauto of bus
Een huurauto geeft de meeste vrijheid, zeker voor de calas aan het eind van smalle landweggetjes. Neem een kleine auto, want in de dorpen en op de toegangswegen naar de stranden is de ruimte beperkt. In Maó en Ciutadella parkeer je het handigst net buiten het oude centrum en loop je het laatste stuk, en in de blauwe zones betaal je. Over borg, creditcard en verzekering staat meer in de gids over auto huren op Menorca en in het stuk over auto huren zonder creditcard.
Bij de bekendste stranden zegt een auto niet alles. Sinds 2018 beperkt de Consell Insular in het seizoen de toegang tot Cala Macarella tot het openbaar vervoer: in 2026 ging de parkeerplaats op 1 juni dicht, ook voor taxi’s, en tot en met 30 september rijdt bus L69 vanuit Ciutadella. Die vertrekt alleen van de Avinguda Josep Mascaró Pasarius aan de ringweg, en het kaartje koop je vooraf aan het loket of online. Bij Cala en Turqueta en Son Saura mag de auto wel, tot de parkeerplaats vol is; op de parkeerpagina van Mou-T, het vervoersportaal van de Consell, zie je vooraf of een terrein open of dicht is. Bij het gratis parkeerterrein van Cala Mitjana vroegen in de zomer van 2026 twee controleurs toch vijf euro per auto; betaal dus niets waar parkeren gratis is.
De bus is goedkoop en dekt meer dan je denkt. TMSA rijdt de hoofdlijn en de meeste lijnen naar het zuiden, Autocares Torres de vliegveldbus en de strandbussen rond Ciutadella, en Autos Fornells het noorden, met Fornells, Es Grau en de vuurtoren van Favàritx. In de bus betaal je contant, en de chauffeur hoeft geen biljetten boven de twintig euro aan te nemen. Wie vaak de bus neemt, kan bij de Consell een vervoerskaart aanvragen: met een rittenkaart T-10 of T-40 reis je dan gratis, volgens Es Diari in 2026 ook als je er niet woont. Alle lijnen, tijden en prijzen staan in de gids over de bus op Menorca.

De tramuntana: kijk elke ochtend naar de wind
Het weerelement dat Menorca het meest bepaalt, is de tramuntana, een droge, harde noordenwind. In de winter heeft die windstoten tot honderddertig kilometer per uur gehaald, en je ziet zijn werk aan de bomen op het platteland, die allemaal dezelfde kant op groeien. Ook in het zomerhalfjaar kan hij opsteken, en dan verandert de kaart van het eiland.
De noordkust, met baaien als Cala Pregonda en de Platja de Cavalleria, ligt open naar het noorden. Bij tramuntana staan daar golven, waait het zand op en is het water troebel. De calas van de zuidkust, van Macarella en Turqueta tot Cala Mitjana, Cala Galdana en Son Bou, liggen dan in de luwte en zijn helder en kalm. Draait de wind naar het zuiden, dan is het omgekeerd, en zijn de rode zandstranden en rotsbaaien van het noorden op hun mooist en een stuk rustiger dan het zuiden.
De praktische les is simpel: plan je stranddag pas ’s ochtends, als je weet waar de wind vandaan komt, en houd een tweede strand aan de andere kust achter de hand. Aan het water vertelt de vlag bij de badmeesterspost of zwemmen verstandig is. Welke baaien bij welk soort dag passen, lees je in de gids over de mooiste stranden van Menorca.

Wanneer je gaat, en wat er dan open is
Mei, juni en september zijn de beste maanden: aangenaam warm, alles open en veel minder mensen dan in augustus. Wie voor het zwemmen komt, kiest juni of september, want in mei is het zeewater met zo’n zestien graden nog fris. In september is de zee juist op zijn warmst, na een hele zomer opwarmen. In juli en augustus is het rond de dertig graden, zijn ook de Spanjaarden zelf op vakantie en staan de bekende calas tegen tien uur ’s ochtends vol.
April en oktober zijn fijn om te wandelen, met temperaturen tussen de zeventien en tweeëntwintig graden. Houd er wel rekening mee dat de horeca sterk op de zomer is ingesteld: een dorp met tien open restaurants in augustus kan er eind oktober nog twee hebben. In de winter is het eiland stil en groen, en is zwemmen met water rond de dertien graden alleen iets voor de liefhebber. Wie rond 23 en 24 juni naar Ciutadella gaat, belandt in de feesten van Sant Joan, met paarden in de straten en een volle stad, dus boek dan ruim op tijd. Per maand staat alles in de gids over de beste reistijd voor Menorca.
Eten en drinken: tijden en wat je proeft
Op Menorca eet je volgens de Spaanse klok. De lunch is de grote maaltijd van de dag en valt ruim na het middaguur, en veel restaurants openen ’s avonds niet voor achten, terwijl de meeste Menorcanen pas rond negen uur aan tafel gaan. Wie om zes uur honger heeft, redt zich met tapas in een bar. In de zomer is reserveren bij populaire adressen aan de havens van Maó en Ciutadella geen overbodige luxe.
Het bekendste gerecht is de caldereta de llagosta, een stoofpot van langoest die vooral met Fornells wordt verbonden, bijvoorbeeld bij Es Cranc. De kaas van het eiland, de Mahón-Menorca, wordt van koemelk gemaakt en heeft een beschermde oorsprongsbenaming; die kreeg ze in 1985, en in 1998 kwam het woord Menorca erbij. Uit de Britse tijd stamt de gin. In Maó wordt die al generaties gestookt door Xoriguer, en daarmee maak je het drankje van de dorpsfeesten: de pomada, gin met limonade, heel koud gedronken en zonder ijs. In Ciutadella noemen ze het gewoon gin amb llimonada. Voor restaurants zijn Ses Forquilles in Maó en Café Balear in Ciutadella een goed begin, en meer adressen staan bij de restaurants op Menorca.
Geld, taal en kleine gewoonten
Je betaalt met de euro, en in restaurants, winkels en bij de verhuurders gaat dat vrijwel overal met een pas. Contant geld heb je nodig in de bus en is handig bij de kleine strandkiosken bij de calas. Per persoon per nacht betaal je toeristenbelasting, die per soort accommodatie en per seizoen verschilt en meestal bij je verblijf wordt afgerekend. Wat een week op Menorca bij elkaar kost, van de bus tot het hotel, rekenen we door in ons overzicht van wat Menorca kost. In de dorpen sluiten veel winkels in het begin van de middag en op zondag, terwijl de supermarkten in de badplaatsen langer open zijn.
De officiële talen zijn het Catalaans, in de variant die op het eiland menorquí heet, en het Spaans. Maó en Ciutadella hebben zelfs elk hun eigen tongval. In de toeristische plaatsen kom je met Engels ver, en een paar woorden Spaans of Catalaans worden gewaardeerd. Het alarmnummer is 112, en met een Europese zorgpas kun je als EU-burger bij de openbare gezondheidszorg terecht. Reis je met kinderen, dan helpt de gids over Menorca met kinderen bij het kiezen van stranden en uitjes.
Wat je niet overslaat
Menorca is klein genoeg om in een week het meeste te zien. In Maó maak je een boottocht door de haven, langs forten en eilandjes uit de Britse tijd. In Ciutadella loop je door de oude straten naar de smalle haven, het mooist tegen zonsondergang. Onderweg liggen de talaiotische monumenten, zoals de Naveta des Tudons bij Ciutadella en het prehistorische dorp Torre d’en Galmés, en vanaf de Monte Toro kijk je over het hele eiland uit.
Wie wil wandelen, heeft het Camí de Cavalls: het wandelpad GR-223 van 185 kilometer rond het eiland, verdeeld in twintig etappes, dat door alle acht gemeenten loopt. Een van de mooiste stukken begint bij Es Grau, aan de rand van het natuurpark s’Albufera des Grau, en loopt noordwaarts naar de vuurtoren van Favàritx. Meer ideeën, van het witte Binibeca tot de Cova d’en Xoroi in de rotsen, staan bij de bezienswaardigheden van Menorca en op de pagina over Menorca.

Veelgestelde vragen
Wat is de oppervlakte van Menorca?
Menorca is 701 vierkante kilometer groot en daarmee het tweede eiland van de Balearen in oppervlakte, na Mallorca. Van Maó naar Ciutadella rijd je in ongeveer drie kwartier; de sneldienst L14 doet er zo’n vijftig minuten over. Alle afstanden en vergelijkingen staan in onze gids over hoe groot Menorca is.
Wat is de hoofdstad van Menorca?
Maó, in het Spaans Mahón, sinds 1722. Daarvoor was Ciutadella de hoofdstad, en die stad heeft nog altijd de meeste inwoners van het eiland.
Heb je op Menorca een auto nodig?
Niet per se. De bus verbindt het vliegveld, Maó, Ciutadella en veel badplaatsen, en naar Cala Macarella kom je in de zomer zelfs alleen met de bus. Voor de kleinere calas en de dorpen in het binnenland is een huurauto wel het handigst.
Hoe kom je van het vliegveld naar Ciutadella?
Met bus L10 naar het busstation van Maó en daar over op L01 of de sneldienst L14, samen 8,55 euro. Een taxi of een huurauto vanaf het vliegveld is sneller; de rit dwars over het eiland duurt ongeveer drie kwartier.
Is Menorca duur?
In juli en augustus zijn accommodatie en huurauto’s het duurst; in mei, juni en september betaal je minder en is het rustiger. De bus is goedkoop: 2,80 euro van het vliegveld naar Maó en 5,75 euro dwars over het eiland.
Welke taal spreken ze op Menorca?
Catalaans, in de Menorcaanse variant, en Spaans. Op borden staan de Catalaanse plaatsnamen, zoals Maó en Ciutadella. In toeristische plaatsen kom je met Engels ver.
Wat is een pomada?
Het drankje van de Menorcaanse dorpsfeesten: gin van het eiland, meestal van Xoriguer, gemengd met limonade en heel koud gedronken, zonder ijs. In Ciutadella heet het gin amb llimonada.
Wat is de beste tijd voor Menorca?
Mei, juni en september. Voor zwemmen zijn juni en september het fijnst, want in mei is het zeewater nog fris en in september is het op zijn warmst.
Bronnen (geraadpleegd september 2026): Consell Insular de Menorca, Mou-T over de vliegveldbus, de buslijnen, de Macarella-bus en de parkeerstatus; tarieven van TMSA en Autocares Torres; Menorca.info over de sluiting van de parkeerplaats bij Macarella (27 mei 2026) en de controleurs bij Cala Mitjana (2 september 2026); Wikipedia over Menorca, Maó, het menorquí, de luchthaven, de pomada, de kaas Mahón-Menorca, Menorca talaiòtica en het Camí de Cavalls.



